Welke maat hockeystick? Zo kies je de juiste sticklengte voor je kind
De juiste maat hockeystick hangt af van de lichaamslengte van je kind, niet van de leeftijd. Zet de stick rechtop naast je kind: de bovenkant hoort tussen navel en heup uit te komen. Twijfel je tussen twee maten, kies dan de kortere, want een te lange stick maakt aannemen en drijven lastiger. Hieronder staat de maattabel van 24 tot 36,5 inch, lees je hoe vaak een kind een nieuwe maat nodig heeft en waar je naast de lengte op let.
Hockey-materiaalspecialist
Zo meet je de juiste lengte
Laat je kind rechtop staan en zet de stick met de krul op de grond naast het been. De bovenkant van de stick hoort ergens tussen de navel en de heup uit te komen. Komt hij boven de navel uit, dan is de stick te lang; zit hij duidelijk onder de heup, dan is hij te kort.
Heb je nog geen stick om naast je kind te zetten, gebruik dan de tabel hieronder: die gaat uit van de lichaamslengte. Sticklengtes staan in inches: een inch is 2,54 centimeter.
De maattabel
Gebruik de tabel als richtlijn. Maattabellen verschillen per merk, dus meet vooral zelf.
| Lengte van je kind | Sticklengte |
|---|---|
| tot ongeveer 1,00 m | 24 inch |
| 1,00 tot 1,15 m | 26 inch |
| 1,15 tot 1,25 m | 28 inch |
| 1,25 tot 1,35 m | 30 inch |
| 1,35 tot 1,45 m | 32 inch |
| 1,45 tot 1,55 m | 34 inch |
| 1,55 tot 1,65 m | 35 inch |
| vanaf ongeveer 1,65 m | 36,5 inch (seniorenmaat) |
De 36,5 inch is de standaardlengte voor senioren. Voor jeugdspelers is een juniorstick in de maat die bij hun lengte past bijna altijd de betere keuze.
Twijfel je? Kies de kortere
Zit je kind precies tussen twee maten, kies dan de kortere. Met een kortere stick houdt je kind de bal dichter bij zich en gaan aannemen en drijven makkelijker. Een te lange stick zit een goede techniek juist in de weg: je kind houdt hem dan al snel te hoog vast en speelt de bal verder van zich af.
Koop daarom ook geen stick om in te groeien. Een stick die over een jaar pas past, werkt nu tegen. Kies de maat die nu past.
Op lengte, niet op leeftijd
In een O10-team kan het ene kind een kop groter zijn dan het andere. De leeftijdscategorie zegt dus weinig over de juiste stick; de lichaamslengte zegt alles. Veel maattabellen noemen toch leeftijden. Gebruik die hooguit als eerste indruk en meet daarna zelf.
Hoe vaak is een nieuwe stick nodig?
Kinderen groeien gestaag en de tabel loopt in stappen van ongeveer tien centimeter. Reken daarom op een nieuwe maat per één à twee seizoenen, en tijdens de groeispurt rond O13 en O14 soms vaker. Meet aan het begin van elk seizoen even opnieuw: dat is ook het moment waarop je kind een categorie hoger speelt.
Kies je een model dat in veel lengtes bestaat, dan schuif je bij de volgende groeispurt gewoon een maat op in plaats van opnieuw te zoeken. Zeker bij de eerste sticks is tweedehands, of doorgeven binnen de club, ook een prima route.
Waar let je naast de lengte op?
De lengte komt eerst. Daarna kijk je naar drie dingen:
- Gewicht. Voor jonge kinderen geldt: hoe lichter, hoe beter. Met een lichte stick maakt je kind sneller kleine stickbewegingen en houdt het een training langer vol.
- Carbon. Carbon maakt een stick stijver en krachtiger in de slag, maar ook harder bij het aannemen. Voor beginners en de jongste jeugd is een houten stick of een composietstick met weinig carbon (tot ruwweg 30 procent) de beste keuze.
- Bow. De bow is de kromming in de stick. Een mid bow is voor de jeugd de veilige keuze: vergevingsgezind en geschikt voor alle basistechnieken. Een lagere bow helpt bij laag stickwerk en de sleeppush, maar alleen als je kind daar ook echt mee traint.
Speelt je kind rond O12 tot O14 fanatiek en is de techniek verzorgd, dan kan een stap naar iets meer carbon of een lagere bow zinvol zijn. Meer carbon is niet automatisch beter.
Onze keuzes per leeftijdsgroep
Jongste jeugd (O7 tot en met O10)
Licht, kort en vergevingsgezind: een instapstick met een mid bow en weinig carbon. Op deze leeftijd leert je kind aannemen, pushen en stoppen, en daar helpt een lichte stick bij.
O11 en O12
Een jeugdstick die meegroeit, met nog steeds weinig tot matig carbon. Het veld wordt groter, maar controle blijft belangrijker dan kracht.
Fanatieke jeugd (O12 tot en met O14)
Voor wie fanatieker speelt: iets meer carbon of een lagere bow, gekozen bij het niveau en de lengte van je kind en niet automatisch het zwaarste model.
En de zaal?
Speelt je kind in de winter zaalhockey, dan komt er een aparte zaalstick bij. Die is lichter en dunner dan een veldstick. Welke modellen goed zijn, zie je bij de beste zaalhockeysticks.
Verder lezen
Nog meer nodig voor de eerste training? De hele checklist, van bitje tot schoenen, staat in Wat heb je nodig voor je eerste hockeytraining. Hoe je de juiste maat scheenbeschermers en een passend bitje kiest, lees je in Scheenbeschermers en bitje: de juiste maat kiezen. En wil je thuis oefenen met de nieuwe stick: Hockey oefenen thuis met je kind.
FAQ
Veelgestelde vragen
-
Welke maat hockeystick heeft mijn kind nodig?
Dat hangt af van de lichaamslengte, niet van de leeftijd. Zet de stick rechtop naast je kind: de bovenkant hoort tussen navel en heup uit te komen. Als richtlijn: tot ongeveer 1,00 meter 24 inch, daarna per ongeveer tien centimeter een maat langer via 26, 28, 30 en 32 naar 34 en 35 inch, en vanaf ongeveer 1,65 meter de seniorenmaat van 36,5 inch.
-
Hoe weet ik of een hockeystick te lang is?
Zet de stick rechtop naast je kind. Komt de bovenkant boven de navel uit, dan is hij te lang. Een te lange stick maakt aannemen en drijven lastiger; kies bij twijfel altijd de kortere maat.
-
Kan ik een hockeystick op de groei kopen?
Liever niet. Een stick die te lang is, werkt de techniek nu tegen. Kies de maat die nu past en neem eventueel een model dat in veel lengtes bestaat, zodat je bij de volgende groeispurt alleen een maat opschuift.
-
Hoe vaak heeft een kind een nieuwe hockeystick nodig?
Reken op ongeveer een nieuwe maat per één à twee seizoenen, en tijdens de groeispurt rond O13 en O14 soms vaker. Meet aan het begin van elk seizoen even opnieuw.
-
Vanaf welke lengte past een seniorenstick?
De standaard seniorenmaat van 36,5 inch past vanaf een lichaamslengte van ongeveer 1,65 meter. Daaronder kies je een juniorstick in de maat die bij de lengte van je kind past.
Stappenplan
Zo meet je de juiste hockeysticklengte
- 1
Laat je kind rechtop staan
Laat je kind rechtop naast je staan, met de armen langs het lichaam.
- 2
Zet de stick ernaast
Zet de stick met de krul op de grond, rechtop naast het been van je kind.
- 3
Kijk waar de bovenkant uitkomt
Tussen navel en heup is goed. Boven de navel is te lang, duidelijk onder de heup is te kort.
- 4
Kies bij twijfel de kortere
Zit je kind tussen twee maten, kies dan de kortere: die geeft meer controle over de bal.
Meer over coaching
coaching · beginner
Hockey oefenen thuis met je kind: kleine oefeningen, groot verschil
Tien minuten oefenen op de tegels of in de gang doet meer voor het balgevoel van je kind dan een extra training. Het geheim is regelmaat: korte sessies met veel kleine balcontacten, op elke vlakke ondergrond, met een tennisbal binnen of een hockeybal buiten. In deze gids vind je een leerlijn van simpele tikjes tot shoot-out-spelletjes, een kant-en-klare 10-minutenroutine en de valkuilen die je beter vermijdt. Plezier voorop, want zonder lol geen leercurve.
coaching · beginner
Wat heb je nodig voor je eerste hockeytraining? De checklist voor ouders
Voor een eerste hockeytraining hoef je bijna niets te kopen: een proeftraining is vrijwel altijd gratis, een stick en scheenbeschermers leent je kind bij de club en sportkleding met sportschoenen met profiel volstaat. Wordt je kind lid, dan bestaat de basisset uit een stick op maat, een bitje, scheen- en enkelbeschermers en hockeyschoenen; het clubtenue kan wachten tot de eerste wedstrijd. In deze checklist lees je wat verplicht is, welke maten je kiest en wat het ruwweg kost.
coaching · beginner
Omgaan met ouders langs de lijn: van ouderavond tot autorit naar huis
Omgaan met ouders langs de lijn regel je niet tijdens de wedstrijd, maar op de ouderavond aan het begin van het seizoen. Daar maak je teamwaarden en werkafspraken expliciet: positief aanmoedigen, het resultaat staat niet centraal en speltechniek en wisselbeleid liggen bij de coach. Gaat het later toch mis, dan verwijs je rustig terug naar wat samen is afgesproken in plaats van langs de lijn de discussie aan te gaan.