Naar hoofdinhoud
regels Beginner 6 min lezen

Spelregels 3 tegen 3 hockey (O7 en O8): drie doeltjes en geen keeper

Bij O7 en O8 spelen kinderen 3 tegen 3 zonder keeper op een veldje van ongeveer 25 bij 23 meter, met drie doeltjes van pionnen aan elke kant. O7 speelt twee keer 15 minuten, O8 twee keer 20 minuten. Er is geen keeper, geen corner en geen straf in het doelgebied, en de bal mag zelfs met de voet of de bolle kant geraakt worden. Een speelbegeleider houdt de fluit zoveel mogelijk in de zak. Dit is bewust de eenvoudigste vorm die het jeugdhockey kent.

Keeper-analist

Laatst bijgewerkt:

3 tegen 3 is de wedstrijdvorm voor O7 en O8: de allerjongste hockeyers, kinderen die op 1 oktober zes of zeven jaar zijn. Er wordt gespeeld zonder keeper, op een veldje van ongeveer 25 bij 23 meter, met drie doeltjes van pionnen aan elke kant. Een O7-wedstrijd duurt 2 x 15 minuten, een O8-wedstrijd 2 x 20 minuten, in beide gevallen met een keer 5 minuten rust. De regels hieronder komen van de KNHB-speelregelkaarten Onder 7 en Onder 8, de one-pager over de rol van de speelbegeleider en de veelgestelde vragen over de jongste jeugd.

Het belangrijkste om als ouder te weten: dit is met opzet de eenvoudigste vorm die er is. De KNHB vat de gedachte zelf samen als minder spelers betekent meer balcontacten. Alles wat kinderen op deze leeftijd zou afremmen, van buitenspel tot corners tot een keeper, is er gewoon uitgelaten.

Het veld: vier veldjes op een groot veld

Een veldje is ongeveer 25 meter lang, van doellijn tot doellijn, en 23 meter breed. Er passen er vier op een normaal hockeyveld. De velden worden met pylonen gemarkeerd, en tussen de veldjes liggen vrije stroken: de strook over de as van het veld is voor coaches, wisselspelers en speelbegeleiders, ouders moedigen aan achter het hek.

Aan elke kant ligt een doelgebied van 5 meter. Daarbinnen kan gescoord worden.

Drie doeltjes, en na de winterstop nog twee

Dit is het meest kenmerkende van deze vorm: er staan geen twee doelen maar drie doeltjes aan elke kant, uitgezet met pionnen. Elk doeltje is 2 meter breed, met 5 meter tussen de doeltjes en 3,5 meter van de zijlijn naar het buitenste doeltje. Zo komt de breedte van 23 meter precies uit.

Waarom drie doeltjes? Omdat kinderen dan het hele veld gebruiken in plaats van allemaal naar hetzelfde punt te rennen. Er is altijd wel ergens een doeltje open.

Het verschil tussen de twee categorieën zit hier:

  • O7 speelt het hele seizoen met drie doeltjes.
  • O8 speelt tot de winterstop met drie doeltjes; daarna vervalt het middelste doeltje en wordt er met twee gespeeld. De overige afmetingen blijven gelijk.

Dat is een bewuste opbouw: met twee doeltjes moeten kinderen iets meer richting kiezen, wat de stap naar het 6-tal bij O9 voorbereidt.

De belangrijkste speelregels

Beginslag

De beginslag wordt vanaf het midden in het veld genomen met een zelfpass, push of schuifslag, en mag naar voren en naar achteren. Beide teams beginnen op de eigen helft en de tegenpartij houdt 3 meter afstand. Ook na een doelpunt wordt er vanaf de middenlijn hervat.

Drie meter afstand, en de bal hoeft niet stil te liggen

Bij iedere spelhervatting nemen alle spelers 3 meter afstand. De bal hoeft niet stil te liggen. Dat laatste is belangrijk: het bespaart eindeloos aanleggen en houdt het spel lopend.

Vrije slag

Een speler neemt de vrije slag met een zelfpass, push of schuifslag vanaf een plek nabij de overtreding. Meer regels zijn er niet.

Doelpunt

Er kan binnen het doelgebied van 5 meter gescoord worden. Na een doelpunt in een van de doeltjes wordt hervat vanaf de middenlijn.

Inslag

Gaat de bal over de zijlijn, dan wordt het spel hervat nabij de plaats waar hij eruit ging.

Achterlijn

Gaat de bal over de achterlijn, dan wordt hervat op de 5-meterlijn, ter hoogte van het punt waar de bal binnen het doelgebied over de achterlijn ging. Er is dus geen uitslag en geen lange corner; die komen er pas bij O9 bij.

Shoot en bolle kant: hier mag het nog

Bij O7 en O8 mogen de kinderen de bal met de voet of met de bolle kant van de stick raken. Alleen als een team er echt voordeel van heeft is het een overtreding. Dit is een van de duidelijkste verschillen met alle latere categorieën: vanaf O9 mag het niet meer.

Wat er allemaal niet is

Even zo belangrijk als wat er wel geldt: bij O7 en O8 is er geen keeper, geen strafcorner, geen strafbal, geen shoot-out, geen lange corner en geen ranglijst. Ga er als ouder dus niet naar op zoek.

Wie leidt de wedstrijd

Er is een speelbegeleider per veldje, van de thuisvereniging, en die heeft de fluit bij voorkeur zoveel mogelijk in de zak. De KNHB schrijft het letterlijk zo op: er wordt alleen gefloten bij hinderlijk shoot. Verder houdt de speelbegeleider de afstandsregel van ongeveer 3 meter in de gaten, zorgt dat er na een doelpunt vanaf de middenlijn wordt hervat, let op veiligheid en zorgt voor een sportief verloop.

En dit staat er ook: bepalen of de bal in of uit is en wie hem mag nemen, kunnen kinderen prima zelf oplossen. Komen ze er niet uit, dan helpt de speelbegeleider. Alleen volwassenen mogen speelbegeleider zijn; oudere jeugdleden mogen deze rol niet oppakken.

Kluitjeshockey hoort erbij

Als je voor het eerst langs een 3-tal staat, zie je zes kinderen rond een bal hangen. Dat heet kluitjeshockey en het is precies wat de KNHB op deze leeftijd verwacht: kinderen willen de bal, en dat is goed voor hun balvaardigheid. In de omschrijving van deze leeftijdsfase noemt de bond de bal letterlijk alles. Overspelen komt vanzelf, meestal pas tegen het einde van O8 of in O9.

Wat je als ouder kunt doen, staat op de speelregelkaart zelf: positief aanmoedigen. Meer niet. De coach heeft daar een even korte opdracht: enthousiasmeren en een veilige speelomgeving creëren.

Als het verschil te groot is

Ziet de speelbegeleider dat het ene team veel sterker is en het andere het plezier verliest, dan mag die ingrijpen zolang de essentie van het spel intact blijft. Toegestane aanpassingen zijn onder meer een extra speler inbrengen, de doeltjes groter of kleiner maken, of afspreken dat er niet twee keer achter elkaar in hetzelfde doeltje gescoord mag worden. Blijft er weinig gescoord worden, dan mag het doelgebied worden vergroot tot de middenlijn.

Uitslagen: opgeteld en niet gepubliceerd

Bij O8 worden per speeldag twee wedstrijdjes gespeeld. De uitslagen daarvan worden bij elkaar opgeteld en op het digitale wedstrijdformulier ingevuld. Uitslagen en standen in de jongste jeugd worden niet gepubliceerd; ze worden alleen bij een herindeling gebruikt om teams op een passend niveau in te delen. Beide categorieën spelen dus een wedstrijdreeks zonder ranglijst.

Nog een vraag die vaak terugkomt: nee, O8-teams stromen in de winterstop niet door naar de O9-competitie. Alle O8-teams spelen het hele jaar 3 tegen 3.

Verplicht: bitje, scheenbeschermers en clubtenue

Ook in de jongste jeugd gelden de voorschriften uit het bondsreglement. Scheenbeschermers en gebitsbescherming zijn tijdens wedstrijden verplicht, en spelers spelen in het clubtenue. Een bezoekend team draagt shirt en kousen in een kleur die duidelijk afwijkt van die van de thuisploeg. Wat er verder in de tas hoort, staat in Wat heb je nodig voor je eerste hockeytraining.

Peildatum: 1 oktober

De KNHB hanteert 1 oktober als peildatum. Is je kind op 1 oktober zes jaar, dan speelt het O7; is het zeven, dan speelt het O8. Hoe dat precies uitpakt en wanneer een club daarvan mag afwijken, lees je in Leeftijdsindeling en peildatum.

Verder lezen

Gaat je kind volgend seizoen naar het 6-tal, dan staat alles wat er verandert in Van O8 naar O9 en Spelregels 6 tegen 6 (O9). Begeleid je zelf een team, lees dan Je eerste hockeyteam coachen bij de jongste jeugd. En wil je thuis wat oefenen zonder er een training van te maken: Hockey oefenen thuis met je kind.

FAQ

Veelgestelde vragen

  • Hoe groot is een 3 tegen 3 hockeyveldje?

    Ongeveer 25 meter lang, van doellijn tot doellijn, en 23 meter breed. Er passen vier van deze veldjes op een normaal hockeyveld. Aan elke kant ligt een doelgebied van 5 meter, en de veldjes worden met pylonen uitgezet.

  • Waarom staan er drie doeltjes bij O7 en O8?

    Met drie doeltjes gebruiken kinderen het hele veld in plaats van allemaal naar hetzelfde punt te rennen: er is altijd wel ergens een doeltje open. Elk doeltje is 2 meter breed, met 5 meter ertussen en 3,5 meter van de zijlijn naar het buitenste doeltje. O7 speelt het hele seizoen met drie doeltjes; bij O8 vervalt na de winterstop het middelste doeltje.

  • Is er een keeper bij O7 en O8?

    Nee. Bij O7 en O8 wordt 3 tegen 3 gespeeld zonder keeper. De keeper komt er pas bij O9 bij, samen met de plankgoal. Er is bij O7 en O8 ook geen strafcorner, strafbal, shoot-out of lange corner.

  • Mag je bij O7 en O8 de bal met je voet raken?

    Ja. Bij O7 en O8 mogen de kinderen de bal met de voet of met de bolle kant van de stick raken; het is alleen een overtreding als een team er echt voordeel van heeft. Vanaf O9 mag dat niet meer.

  • Hoe lang duurt een O7- of O8-wedstrijd?

    Een O7-wedstrijd duurt twee keer 15 minuten en een O8-wedstrijd twee keer 20 minuten, in beide gevallen met een keer 5 minuten rust. Bij O8 worden per speeldag twee wedstrijdjes gespeeld; de uitslagen daarvan worden bij elkaar opgeteld op het digitale wedstrijdformulier.

  • Is het normaal dat alle kinderen om de bal hangen?

    Ja, dat heet kluitjeshockey en het hoort bij deze leeftijd. De KNHB beschrijft deze fase als de bal is alles: kinderen willen de bal en dat is goed voor hun balvaardigheid. Overspelen ontstaat vanzelf, meestal tegen het einde van O8 of in O9.

Meer over regels

regels · beginner

Strafbal of strafcorner: wanneer krijg je wat

Een overtreding van een verdediger in de eigen cirkel levert minstens een strafcorner op, ook zonder opzet. Het wordt een strafbal op twee gelijkwaardige gronden: als de overtreding een waarschijnlijk doelpunt voorkomt (opzet niet vereist), of als een verdediger opzettelijk een tegenstander aanpakt die de bal heeft of kan spelen (geen doelkans vereist). Buiten de cirkel, binnen de 23 meter, geldt alleen bij opzet een strafcorner. Zo staat het in het KNHB Spelreglement Veldhockey vanaf 1 augustus 2026. Hieronder zet ik beide spelstraffen naast elkaar: toekenning, uitvoering en de mythes.

regels · beginner

Keeperregels in het hockey: wat mag een keeper wel en niet?

In de eigen cirkel mag een hockeykeeper de bal spelen met stick, legguards, hand of elk ander lichaamsdeel, zolang de stick in de hand blijft. Buiten de cirkel telt alleen de stick, en buiten het eigen 23-metergebied doet hij niet mee aan het spel, behalve om zelf een strafbal te nemen. Sinds 1 augustus 2019 (de KNHB-ingangsdatum) is het bovendien simpel: een team speelt met een volledig uitgeruste keeper of met 11 veldspelers, iets ertussenin bestaat niet meer. Dit artikel zet alle keeperregels op een rij, van cirkel tot strafcorner, strafbal, kaarten, zaal en jeugd.

regels · beginner

Kaarten en tijdstraffen in het hockey: groen, geel en rood uitgelegd

Een groene kaart kost je op het veld 2 speelminuten, een gele minimaal 5 en in de praktijk 5 of 10 minuten, en een rode kaart betekent het einde van je wedstrijd. In de zaal zijn de straffen korter: groen 1 minuut, geel 2 of 4 minuten. In alle gevallen speelt je team tijdens de straftijd met een speler minder. Dit artikel legt uit wie de tijd bijhoudt, waar je je straf uitzit, hoe het zit met kaarten voor de aanvoerder, de keeper en de coach, en wat er na een rode kaart echt volgt, op basis van het KNHB Spelreglement Veldhockey vanaf 1 augustus 2026.