Naar hoofdinhoud
regels Beginner 6 min lezen

Leeftijdsindeling en peildatum bij hockey: zo werkt het

De peildatum in het hockey is 1 oktober: de leeftijd van je kind op 30 september bepaalt in welke leeftijdscategorie het dat hele seizoen valt, van O7 tot en met de senioren. Dat staat in het KNHB Bondsreglement 2025, artikel 3.1 en 3.1.1. Voor seizoen 2026-2027 betekent dit bijvoorbeeld dat een O12-speler geboren is tussen 1 oktober 2014 en 30 september 2015. In dit artikel vind je de volledige geboortejaartabel, lees je waarom de grens op 1 oktober ligt en zie je wat de regels zijn rond hoger of lager spelen dan je eigen categorie.

Jeugdsport-redacteur

Laatst bijgewerkt:

De teamindeling komt eraan, of je schrijft je kind voor het eerst in bij een hockeyclub, en daar is die vraag: in welke categorie hoort mijn kind eigenlijk? Het antwoord hangt af van een datum die je maar beter kunt kennen: de peildatum van 1 oktober.

De peildatum: je leeftijd op 30 september telt

Het KNHB Bondsreglement 2025 regelt in artikel 3.1 wie junior is en wie senior: spelers die voor 1 oktober van het lopende seizoen 17 jaar of jonger zijn, zijn junioren; wie dan 18 jaar of ouder is, is senior. Praktisch gezegd kijk je naar de leeftijd op 30 september.

Binnen de jeugd werkt het precies zo. Elke categorie heeft een maximumleeftijd op 30 september, en die onthoud je makkelijk: het getal in de categorienaam min een. Een O11-speler is op 30 september maximaal 10 jaar, een O14-speler maximaal 13, een O18-speler maximaal 17. De O staat voor onder: O11 betekent onder de 11 op de peildatum.

Wordt je kind op 5 oktober 11? Dan was het op 30 september nog 10 en valt het dit seizoen in de O11. Een klasgenootje dat in september al 11 werd, valt in de O12. Kinderen uit hetzelfde schooljaar kunnen dus in verschillende categorieën terechtkomen. Wat je daaraan kunt doen, lees je verderop.

Geboortejaartabel voor seizoen 2026-2027

Voor seizoen 2026-2027 ligt de peildatum op 1 oktober 2026. De KNHB geeft in de procedure peildatum zelf het voorbeeld van de O16: die spelers zijn geboren in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 30 september 2012. Met dezelfde formule ziet de volledige indeling er zo uit:

Categorie Geboren van Geboren t/m Spelvorm
O7 1 oktober 2019 30 september 2020 3-tal
O8 1 oktober 2018 30 september 2019 3-tal
O9 1 oktober 2017 30 september 2018 6-tal met keeper
O10 1 oktober 2016 30 september 2017 8-tal
O11 1 oktober 2015 30 september 2016 9 tegen 9 (driekwart veld)
O12 1 oktober 2014 30 september 2015 11 tegen 11 (heel veld)
O14 1 oktober 2012 30 september 2014 11 tegen 11
O16 1 oktober 2010 30 september 2012 11 tegen 11
O18 1 oktober 2008 30 september 2010 11 tegen 11
Senioren geboren op of voor 30 september 2008 11 tegen 11

De formule blijft elk seizoen hetzelfde, alleen de jaartallen schuiven op. Wil je zelf rekenen voor een volgend seizoen, tel dan bij elk jaartal in de tabel een jaar op.

Waarom 1 oktober en niet 1 januari

De grens van 1 oktober stamt uit het onderwijs. Een kind moest vroeger voor 1 oktober 6 jaar zijn om naar groep 3 te mogen. Die overheidsregel bestaat sinds 1 augustus 1985 niet meer, maar het hockey hield de datum aan. Zo blijft de teamindeling grofweg gelijklopen met schooljaren.

Er bestaan bovendien twee verschillende peildatums, en dat zorgt weleens voor verwarring. Voor de KNHB-competitie geldt 1 oktober. Voor (inter)nationale selectieteams, zoals de Nederlandse jeugdteams, geldt 1 januari, omdat de internationale hockeyfederaties daarmee werken. Een toernooi voor nationale teams onder 21 in 2026 vereist bijvoorbeeld spelers die geboren zijn op of na 1 januari 2006. Voor de zaterdagcompetitie van je kind is alleen 1 oktober relevant.

Voor kinderen die tussen 1 oktober en 1 januari geboren zijn heeft de KNHB nog een geruststellende nuance. Zij zitten op school vaak bij oudere kinderen in de klas, maar vallen bij hockey formeel in de lagere categorie. Daar mogen ze gewoon blijven spelen, zonder dispensatie, omdat de formele grens op 1 oktober ligt. Willen ze liever met klasgenoten mee omhoog, dan mag dat ook, want hoger spelen mag altijd.

Jongste jeugd, junioren en senioren

Het Bondsreglement 2025 (artikel 3.1.1) maakt onderscheid tussen competities en speelreeksen. Voor O18, O16, O14, O12 en O11 organiseert de KNHB competities, met standen en ranglijsten. Voor de jongste jeugd, O7 tot en met O10, zijn er speelreeksen voor 3-, 6- of 8-tallen, zonder ranglijsten. De O6 bestaat alleen als aanduiding, zonder eigen speelreeks.

Let dus op: O11 en O12 horen formeel bij de junioren, niet bij de jongste jeugd. Sinds de herijking van de opleidingslijn heeft elk van deze twee categorieën precies een geboortejaar. De KNHB formuleert het zo: in de O11 vallen alle kinderen die op 1 oktober 10 jaar oud zijn, in de O12 alle kinderen die op 1 oktober 11 jaar oud zijn. Vanaf seizoen 2026-2027 speelt de O11 bovendien bij alle clubs 9 tegen 9. Waarom die opbouw zo is veranderd, lees je in onze uitleg over de herijking voor ouders. Wat je kind in die spelvorm te wachten staat, vind je in de spelregels van 9 tegen 9 bij de O11 en in ons artikel over de stap van O10 naar O11.

Eerstejaars en tweedejaars: handig, maar geen officiële term

O14, O16 en O18 zijn tweejaarsbanden: er passen twee geboortejaarvensters in. Clubs noemen het jongste venster meestal eerstejaars en het oudste tweedejaars. Voor de O16 in seizoen 2026-2027 zijn eerstejaars dus geboren van 1 oktober 2011 tot en met 30 september 2012, tweedejaars van 1 oktober 2010 tot en met 30 september 2011.

Goed om te weten: eerstejaars en tweedejaars zijn clubtaal, geen KNHB-termen. Ze komen in het hele Bondsreglement niet voor. Voor de bond bestaat alleen de tweejaarsband zelf. Clubs gebruiken het onderscheid vooral bij de teamindeling en bij selecties, bijvoorbeeld om te bepalen welke eerstejaars al met het hoogste team meetrainen.

Hoger spelen mag altijd, lager alleen met dispensatie

De hoofdregel is kort. De KNHB schrijft: spelers mogen altijd hoger spelen, lager spelen mag alleen met dispensatie. Wil je kind met oudere kinderen of klasgenoten mee omhoog, dan kan dat zonder papierwerk. De enige uitzondering zijn de 30+ en 45+ competities bij de senioren, die juist een minimumleeftijd kennen.

Andersom ligt het strenger. Wie volgens de tabel te oud is voor een categorie, mag daar op grond van artikel 3.1.3 van het Bondsreglement 2025 alleen spelen met dispensatie. Die vraagt je club vooraf aan bij de competitieleiding, en de KNHB benadrukt dat toekenning alleen in uitzonderlijke gevallen gebeurt. Er bestaat wel een automatische uitzondering: op een teamlijst in de jongste jeugd en bij junioren in de tweede en derde klasse en lager mogen twee spelers staan die maximaal een jaar ouder zijn, zonder apart verzoek. Zij tellen dan wel gewoon als dispensatiespeler mee. Hoe de aanvraag werkt, welke gronden geldig zijn en waar de grenzen liggen, lees je in ons artikel over dispensatie in het jeugdhockey.

Wat merk je hiervan bij de teamindeling

De peildatum bepaalt alleen de categorie, niet het team. Binnen een leeftijdscategorie is je club vrij om teams samen te stellen, en daar spelen naast geboortejaar ook niveau, vriendschappen en beschikbaarheid een rol. Heb je vragen over de indeling van je kind, stel die dan aan je club, meestal via de technische commissie. Hoe coaches vervolgens binnen een team met speeltijd en posities omgaan, lees je in ons artikel over wisselbeleid en opstellingen in het jeugdhockey.

Tot slot een blik vooruit: de KNHB publiceert reglementen per editie. De regels in dit artikel komen uit het Bondsreglement 2025 en de bijbehorende KNHB-procedures, de huidige documenten bij het schrijven van dit artikel. Verschijnt er een nieuwe editie, dan kunnen details verschuiven, maar de systematiek van de peildatum verandert zelden. Check bij twijfel dus de tabel hierboven, onthoud dat hoger spelen altijd mag, en weet dat lager spelen via je club en de dispensatieprocedure loopt.

FAQ

Veelgestelde vragen

  • Wat is de peildatum in het hockey?

    De peildatum voor de KNHB-competitie is 1 oktober: de leeftijd van een speler op 30 september bepaalt in welke leeftijdscategorie hij of zij het hele seizoen valt. Dit staat in het Bondsreglement 2025, artikel 3.1 en 3.1.1. Elke jeugdcategorie heeft een maximumleeftijd op 30 september, namelijk het getal in de categorienaam min een. Een O11-speler is op 30 september dus maximaal 10 jaar, een O16-speler maximaal 15 jaar.

  • Waarom is de peildatum bij hockey 1 oktober en niet 1 januari?

    De grens van 1 oktober komt uit een oude schoolregel: een kind moest vroeger voor 1 oktober 6 jaar zijn om naar groep 3 te mogen. Die overheidsregel bestaat sinds 1 augustus 1985 niet meer, maar het hockey hield de datum aan zodat teams grofweg met schooljaren blijven meelopen. Voor (inter)nationale selectieteams geldt overigens wel 1 januari als peildatum, omdat de internationale federaties daarmee werken. Voor de gewone clubcompetitie telt alleen 1 oktober.

  • In welk geboortejaar val je in de O14 in seizoen 2026-2027?

    Voor seizoen 2026-2027 val je in de O14 als je geboren bent in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 30 september 2014. De O14 is een tweejaarsband: clubs noemen het jongste geboortejaarvenster vaak eerstejaars en het oudste tweedejaars, al zijn dat clubtermen en geen officiële KNHB-begrippen.

  • Mag mijn kind hoger spelen dan zijn leeftijdscategorie?

    Ja, hoger spelen mag altijd en daar is geen dispensatie voor nodig. De KNHB is daar expliciet over: spelers mogen altijd in een hogere leeftijdscategorie geplaatst worden, bijvoorbeeld om met klasgenoten te spelen. De enige uitzondering zijn de 30+ en 45+ competities bij de senioren, omdat die een minimumleeftijd kennen. Andersom geldt: lager spelen dan de eigen categorie mag alleen met dispensatie, die de club vooraf aanvraagt bij de competitieleiding.

  • Wat is een eerstejaars of tweedejaars bij hockey?

    Eerstejaars en tweedejaars zijn clubtermen voor de twee geboortejaarvensters binnen de tweejaarsbanden O14, O16 en O18. Eerstejaars zitten in het jongste venster, tweedejaars in het oudste. Voor de O16 in seizoen 2026-2027 zijn eerstejaars bijvoorbeeld geboren van 1 oktober 2011 tot en met 30 september 2012. Het zijn geen officiële KNHB-termen: ze komen in het Bondsreglement niet voor, voor de bond bestaat alleen de tweejaarsband zelf.

  • Valt O11 onder de jongste jeugd of onder de junioren?

    O11 hoort formeel bij de junioren. De jongste jeugd loopt van O7 tot en met O10 en speelt speelreeksen zonder ranglijsten. Voor O11 en O12 organiseert de KNHB een echte competitie met standen. In de O11 vallen alle kinderen die op 1 oktober 10 jaar oud zijn; deze categorie speelt vanaf seizoen 2026-2027 bij alle clubs 9 tegen 9 op driekwart veld.

Meer over regels

regels · beginner

Strafbal of strafcorner: wanneer krijg je wat

Een overtreding van een verdediger in de eigen cirkel levert minstens een strafcorner op, ook zonder opzet. Het wordt een strafbal op twee gelijkwaardige gronden: als de overtreding een waarschijnlijk doelpunt voorkomt (opzet niet vereist), of als een verdediger opzettelijk een tegenstander aanpakt die de bal heeft of kan spelen (geen doelkans vereist). Buiten de cirkel, binnen de 23 meter, geldt alleen bij opzet een strafcorner. Zo staat het in het KNHB Spelreglement Veldhockey vanaf 1 augustus 2026. Hieronder zet ik beide spelstraffen naast elkaar: toekenning, uitvoering en de mythes.

regels · beginner

Keeperregels in het hockey: wat mag een keeper wel en niet?

In de eigen cirkel mag een hockeykeeper de bal spelen met stick, legguards, hand of elk ander lichaamsdeel, zolang de stick in de hand blijft. Buiten de cirkel telt alleen de stick, en buiten het eigen 23-metergebied doet hij niet mee aan het spel, behalve om zelf een strafbal te nemen. Sinds 1 augustus 2019 (de KNHB-ingangsdatum) is het bovendien simpel: een team speelt met een volledig uitgeruste keeper of met 11 veldspelers, iets ertussenin bestaat niet meer. Dit artikel zet alle keeperregels op een rij, van cirkel tot strafcorner, strafbal, kaarten, zaal en jeugd.

regels · beginner

Kaarten en tijdstraffen in het hockey: groen, geel en rood uitgelegd

Een groene kaart kost je op het veld 2 speelminuten, een gele minimaal 5 en in de praktijk 5 of 10 minuten, en een rode kaart betekent het einde van je wedstrijd. In de zaal zijn de straffen korter: groen 1 minuut, geel 2 of 4 minuten. In alle gevallen speelt je team tijdens de straftijd met een speler minder. Dit artikel legt uit wie de tijd bijhoudt, waar je je straf uitzit, hoe het zit met kaarten voor de aanvoerder, de keeper en de coach, en wat er na een rode kaart echt volgt, op basis van het KNHB Spelreglement Veldhockey vanaf 1 augustus 2026.