Tag
#jeugdhockey.
18 artikelen met deze tag.
Kennis
Een 9 tegen 9 hockeyteam coachen: opstelling, wissels en de eerste strafcorner
Er bestaat geen officiele KNHB-opstelling voor 9 tegen 9: welke vorm je met je O11-team speelt is een coachkeuze, bijvoorbeeld drie achterin, drie op het midden en twee voorin. Je echte prioriteiten volgen uit wat nieuw is voor je spelers: de eerste strafcorner, een echt doel met keeper, bevoegde scheidsrechters, vier kwarten en de eerste gepubliceerde ranglijst. Dit artikel zet per onderdeel op een rij wat je kiest, wat je traint en hoe je de stand in perspectief houdt: ontwikkeling gaat voor.
Ties Vermolen
Hockeyposities en hun taken uitgelegd: van keeper tot spits
Bij hockey staan er maximaal 11 spelers per team in het veld (KNHB Spelreglement vanaf 1 augustus 2026, regel 2.1), en dat reglement kent maar twee soorten spelers: de doelverdediger en de veldspeler. Alle andere posities, van laatste man tot spits, zijn afspraken van de coach. Toch praat vrijwel elke Nederlandse club in dezelfde termen: keeper, laatste man, voorstopper, backs, controleur, middenmid, halven, spits en vleugels. In dit artikel lees je wat elke positie doet, met en zonder bal, en hoe dat werkt bij 6-tallen, 8-tallen, 9 tegen 9 en het volledige elftal.
Ties Vermolen
Spelregels 9 tegen 9 hockey (O11): veld, speelduur en corners
Bij O11 spelen teams 9 tegen 9, met keeper, op een driekwart veld van ongeveer 69 meter lang. Een wedstrijd duurt vier kwarten van 17,5 minuut, er gelden de standaard elftalregels inclusief de strafcorner, en twee bevoegde scheidsrechters fluiten actief. O11 is bovendien de eerste categorie met een gepubliceerde ranglijst. Vanaf seizoen 2026-2027 geldt deze vorm voor alle verenigingen. Hieronder loop je alle regels langs, met de verschillen ten opzichte van O10 en het 11-tal in twee overzichtstabellen.
Daan Veldkamp
Spelregels 11 tegen 11 hockey (O12): heel veld, alle regels erbij
Bij O12 speel je 11 tegen 11 op een heel veld van 91,40 bij 55 meter, met een echte cirkel van 14,63 meter en vier kwarten van 17,5 minuut. Er gelden de standaard spelregels uit het KNHB Spelreglement veld: strafcorner, strafbal, kaarten en tijdstraffen, de hogebalregels en de 5-meterregel. De regels zelf zijn gelijk aan die van O11, alleen het veld is groter en er staan twee spelers per team meer in. Hieronder loop je alles langs, met een vergelijking met O11.
Daan Veldkamp
Warming-up bij hockey: zo verklein je de kans op blessures
Een goede warming-up bij hockey duurt 12 minuten en bestaat uit drie vaste fasen. Dat is de kern van het warming-upprogramma dat VeiligheidNL samen met de KNHB ontwikkelde voor hockeyers vanaf 8 jaar. Het effect is onderzocht: bij jeugdteams die het programma volgden lag het aantal acute blessures ongeveer 45 procent lager, al daalde het totale aantal blessures niet aantoonbaar. In dit artikel lees je hoe het programma in elkaar zit, wat het wel en niet oplevert en hoe je het als coach of ouder inbouwt in elke training.
Linde de Wit
Je eerste O14-team coachen: groeispurt, eigen mening en meer tactiek
Bij O14 verandert er aan de spelregels niets ten opzichte van O12: hetzelfde veld, dezelfde vier kwarten, dezelfde strafcorner. Wat verandert zijn de spelers. Ze zitten in of vlak voor hun groeispurt, ze hebben een eigen mening over de opstelling, ze willen winnen en ze meten zich aan elkaar. Bovendien is O14 de eerste categorie met bondscompetities. Dit artikel zet op een rij waar je als coach van een eerste O14-team op stuurt.
Ties Vermolen
Zo verdedig je met een O12-team: verdedigen op een heel veld
Verdedigen met een O12-team draait om dezelfde drie principes als bij O11: druk op de bal met rugdekking erachter, de tegenstander naar de zijkant sturen en compact blijven. Wat erbij komt is het veld. Op 91,40 bij 55 meter blijft een team niet vanzelf compact, dus moet je er een keuze bij maken die je bij het 9-tal nog kon overslaan: hoe hoog verdedig je. Kies er een per wedstrijd, train hem, en laat de rest los.
Ties Vermolen
Van O11 naar O12: van negen tegen negen naar het 11-tal
De stap van O11 naar O12 is bewust de kleinste stap in het jeugdhockey geworden. De spelregels veranderen niet, de speelduur blijft 4 x 17,5 minuut en er mogen nog steeds 16 spelers op het formulier. Wat verandert is de ruimte: van een driekwart veld van ongeveer 69 meter naar een heel veld van 91,40 bij 55 meter, met twee veldspelers per team erbij en vaste belijning in plaats van markers. Precies daarvoor is de O11 bedacht.
Linde de Wit
Herijking opleidingslijn jeugdhockey: uitleg voor ouders
De KNHB heeft de opleidingslijn van het jeugdhockey herijkt: de oude O12-categorie is gesplitst in twee jaarlagen. O11 speelt 9 tegen 9 op een driekwart veld, O12 speelt 11 tegen 11 op een heel veld. Na een overgangsjaar geldt die nieuwe opbouw vanaf seizoen 2026-2027 bij alle verenigingen. In dit artikel lees je hoe de complete ladder van O7 tot en met O12 eruitziet, wat er verandert voor welk kind, waarom de KNHB deze stap zette en wat je er als ouder in seizoen 2026-2027 concreet van merkt.
Linde de Wit
Dispensatie in het jeugdhockey: zo werkt het
Dispensatie is formele toestemming van de KNHB om een speler in een lagere leeftijdscategorie te laten uitkomen dan de peildatum voorschrijft. Niet de ouders maar de club vraagt dit aan, via HockeyWeerelt bij de competitieleiding van het district. Er zijn precies twee geldige gronden: medische redenen, met verplichte medische verklaring, of het ontbreken van een passend team. Bij klasgenoten willen spelen is expliciet geen geldige reden. Een dispensatie geldt een seizoen, is gebonden aan een team en per team wegen maximaal drie dispensatiespelers mee in de beoordeling.
Daan Veldkamp
Leeftijdsindeling en peildatum bij hockey: zo werkt het
De peildatum in het hockey is 1 oktober: de leeftijd van je kind op 30 september bepaalt in welke leeftijdscategorie het dat hele seizoen valt, van O7 tot en met de senioren. Dat staat in het KNHB Bondsreglement 2025, artikel 3.1 en 3.1.1. Voor seizoen 2026-2027 betekent dit bijvoorbeeld dat een O12-speler geboren is tussen 1 oktober 2014 en 30 september 2015. In dit artikel vind je de volledige geboortejaartabel, lees je waarom de grens op 1 oktober ligt en zie je wat de regels zijn rond hoger of lager spelen dan je eigen categorie.
Linde de Wit
Je aanname verbeteren: de eerste aanraking die je sneller maakt
Een betere aanname begint met een simpele omslag: gebruik je eerste aanraking als versnelling, niet als stop. Neem de bal aan in de richting van je volgende actie, met je lichaam achter de lijn van de bal en met zachte handen. De leerlijn: eerst stilstaand leren dempen, dan richting geven aan je eerste aanraking, daarna scannen en aannemen onder druk. In dit artikel loop je die stappen door, met de techniek per stap, de meest gemaakte fouten en een trainingsopbouw tot wedstrijdvorm.
Ties Vermolen
De sleeppush leren: stap voor stap van basistechniek naar strafcorner
De sleeppush leer je in vier bouwstenen: de grip en balpositie, het oppakken van de bal met een grote stap, de diepe duik van je bovenlichaam en de release waarbij de bal over je stick afrolt. Train die bouwstenen eerst los en stilstaand, plak ze daarna aan elkaar en voeg pas als laatste een aanloop en een aangever toe. De kracht komt uit je benen en je lage houding, niet uit je armen. Vanaf O11 is de sleeppush het belangrijkste wapen op de strafcorner; dit stappenplan brengt je van de eerste sleep naar een serieuze cornervariant.
Ties Vermolen
Harder slaan in hockey: techniek voor een zuivere slag
Harder slaan begint niet bij spierkracht maar bij techniek: een goede voetplaatsing, een gesloten schouderlijn en zuiver contact op de sweet spot van je stick. De kracht komt daarna vanzelf, uit de rotatie van je heupen en romp. Leer daarom eerst zuiver raken op een stilliggende bal en voeg pas dan snelheid toe. In dit artikel vind je de complete leerlijn: de basisslag in zes stappen, de korte grip waarmee je in de cirkel sneller uithaalt, de meest gemaakte fouten en een trainingsopbouw van basis naar wedstrijd.
Ties Vermolen
Omgaan met ouders langs de lijn: van ouderavond tot autorit naar huis
Omgaan met ouders langs de lijn regel je niet tijdens de wedstrijd, maar op de ouderavond aan het begin van het seizoen. Daar maak je teamwaarden en werkafspraken expliciet: positief aanmoedigen, het resultaat staat niet centraal en speltechniek en wisselbeleid liggen bij de coach. Gaat het later toch mis, dan verwijs je rustig terug naar wat samen is afgesproken in plaats van langs de lijn de discussie aan te gaan.
Ties Vermolen
Wisselbeleid en opstellingen in het jeugdhockey: zo houd je het eerlijk en werkbaar
Eerlijke speeltijd begint niet op zaterdagochtend, maar aan het begin van het seizoen: leg je wisselbeleid dan vast in werkafspraken met ouders en spelers, zodat je er tijdens de wedstrijd nooit over hoeft te onderhandelen. Laat kinderen op jonge leeftijd rouleren over posities, bij O9 en O10 ook op keeper, en gebruik het wisselmoment en de rust als vaste instructiemomenten. In de jongste jeugd (O7 tot en met O10) zijn er geen standen, dus daar draait elke opstelling om ontwikkeling en plezier.
Ties Vermolen
Veelgemaakte coachfouten in het jeugdhockey en hoe je ze voorkomt
De meest gemaakte coachfouten in het jeugdhockey zijn voorzeggen bij de speler aan de bal, coachen op de uitslag, te veel praten, volwassen hockey kopiëren naar kinderen, acties bestraffen die op die leeftijd geen overtreding zijn en alleen de uitblinkers complimenteren. Stuk voor stuk goedbedoeld, en stuk voor stuk schadelijk voor het leerproces en het spelplezier. Per fout lees je hieronder waarom hij erin sluipt, wat hij met kinderen doet en wat je in plaats daarvan doet.
Ties Vermolen
Je eerste O11 of O12 hockeyteam coachen: zo pak je het aan
Coach je voor het eerst een O11 of O12 team, dan stap je het echte elftalhockey binnen: O11 speelt 9 tegen 9 op een driekwart veld, O12 speelt 11 tegen 11 op het hele veld, en voor het eerst horen daar strafcorners, uitslagen en standen bij. Je grootste valkuil is niet een gebrek aan tactische kennis, maar overcoachen. Met twee teamthema's, veel voordoen en rouleren over posities kom je op zaterdag een heel eind.
Linde de Wit