De sleeppush leren: stap voor stap van basistechniek naar strafcorner
De sleeppush leer je in vier bouwstenen: de grip en balpositie, het oppakken van de bal met een grote stap, de diepe duik van je bovenlichaam en de release waarbij de bal over je stick afrolt. Train die bouwstenen eerst los en stilstaand, plak ze daarna aan elkaar en voeg pas als laatste een aanloop en een aangever toe. De kracht komt uit je benen en je lage houding, niet uit je armen. Vanaf O11 is de sleeppush het belangrijkste wapen op de strafcorner; dit stappenplan brengt je van de eerste sleep naar een serieuze cornervariant.
Tactiekanalist
Wat een sleeppush precies is
De sleeppush is een pushvariant waarin twee dingen tegelijk gebeuren: je sleept de bal naar voren langs je stick en je laat hem in de laatste fase afrollen richting het uiteinde. Tijdens de sleep ligt de bal tegen het midden van je stick, ergens tussen je onderste hand en de krul in. Vanaf dat punt reist de bal langs de stick en rolt hij bij de release over de krul af. Dat afrollen kun je horen: een goed gesleepte bal maakt een zoemend rolgeluid. Hoor je dat geluid niet, dan prik of push je de bal in plaats van hem te slepen. Gebruik dat geluid als zelfcheck bij elke herhaling.
Omdat de sleeppush een pushvariant is, gelden er op de strafcorner andere regels dan voor een slagschot: de 460 mm plankhoogte geldt alleen voor het eerste slagschot, niet voor een push of flick.
De basistechniek: zes schakels in een keten
Een goede sleeppush is een keten die van je voeten naar je handen loopt. Elke schakel is los te trainen, maar pas als de volgorde en de timing kloppen, komt er echt snelheid op de bal.
Grip en balpositie
Pak je stick met je handen uit elkaar, met je onderste hand ongeveer halverwege de steel. Dus niet beide handen bovenaan, zoals bij een gewone push. Leg de bal ver rechts van je lichaam, zo ver dat je rechterarm gestrekt is. De bal start achter of naast je lichaam, want zo ontstaat een lange sleepbaan. Hoe langer de baan waarover de bal versnelt, hoe hoger de eindsnelheid.
De pickup en de grote stap
Stap met je linkervoet vlak achter of naast de bal; die stap zet de bal in beweging en opent de sleep. Direct daarna volgt de belangrijkste pas van de hele beweging: een grote uitvalstap met je linkerbeen in de speelrichting. In die stap zit de voorwaartse versnelling.
De duik
Vanuit die grote stap duikt je bovenlichaam diep naar voren en omlaag, richting de grond. De eindpositie is extreem laag: je borst zakt tot vlak boven je voorste bovenbeen en de krul van je stick wijst naar voren. Dit voelt in het begin onnatuurlijk, maar het is de schakel die het verschil maakt. Elke centimeter die je dieper wegzakt, vertaalt zich in balsnelheid.
Sleep, release en doorzwaai
Vanuit de lage positie leun je in de bal. De bal reist naar het midden van je stick en rolt bij de release af over het uiteinde. Je heupen en romp roteren mee en maken de beweging af. Je armen sturen alleen de richting; de kracht is dan al geleverd door je benen en je duik.
Waarom benen en houding het werk doen
Wie de sleeppush voor het eerst probeert, zoekt de kracht bijna altijd in de armen. Dat werkt niet, en het is meteen de meest gemaakte fout. De snelheid komt uit drie bronnen:
- Je benen en de duik. De kracht komt uit je benen en uit het diep naar voren duiken van je bovenlichaam. Hoe lager je eindigt, hoe harder de bal gaat.
- De lange sleepbaan. Een bal die ver achter en rechts van je lichaam start, plus een grote laatste stap, geeft de bal een lange versnellingsweg. Dat is hetzelfde principe als een lange aanloop bij het werpen.
- Het momentum uit de aanloop. Je voorwaartse lichaamsbeweging geeft extra vaart bovenop de beenkracht.
Het afrollen over de stick maakt de krachtsoverdracht vloeiend en geeft je controle over de richting. En misschien wel het belangrijkste inzicht: timing verslaat spierkracht. De hele keten van voeten, benen, romprotatie, armen en handen moet in de juiste volgorde samenkomen. Een lichte speler met een goed getimede keten flickt harder dan een sterke speler die de volgorde niet op orde heeft.
Opbouw: in vier stappen van stilstaand naar aanloop
Train de bouwstenen los, in deze volgorde. Ga pas naar de volgende stap als de vorige vloeiend voelt en je het rolgeluid hoort. Blijf gerust een paar trainingen bij dezelfde stap hangen; een handvol goede herhalingen levert meer op dan een reeks gehaaste.
- Stilstaand, alleen de eindpositie. Zet je handen op de juiste plek, zak diep door, krul naar voren. Breng de bal naar het midden van je stick en laat hem afrollen. Je traint hier alleen de eindhouding en de release.
- Stilstaand met stap. Start met je voeten naast elkaar en de bal rechts van je, met gestrekte arm. Breng de bal naar voren terwijl je een grote stap met links maakt, zak laag en release.
- Pickup toevoegen. Plaats je linkervoet achter de bal, laat de bal rollen, maak de grote stap en duik erin. De focus ligt op het echt diep naar de grond duiken.
- Aanloop toevoegen. Steek je trainingstijd in de duik en de release, niet in je aanlooppasjes. Kies een kort, vast patroon dat je linkervoet elke herhaling op hetzelfde punt naast de bal brengt en houd daaraan vast. Welk patroon dat is, maakt weinig uit; iedere flicker loopt net iets anders aan.
De laatste stap richting de wedstrijd is de bal aangespeeld krijgen: laat een teamgenoot op strafcornerafstand aangeven en start de sleep vanuit die aanname. Zo train je de timing die je op een echte corner nodig hebt.
Veelgemaakte fouten en hun oplossing
| Fout | Zo herken je het | Oplossing |
|---|---|---|
| Kracht uit de armen halen | Bovenlichaam blijft rechtop, korte geprikte bal zonder rolgeluid | Terug naar opbouwstap 1: diep zakken en de release uit benen en duik laten komen |
| Niet laag genoeg komen | Eindpositie te hoog, bal mist snelheid | Check de eindfoto: je romp moet bijna plat over je uitvalsbeen liggen |
| Bal te dicht bij het lichaam | Rechterarm niet gestrekt, sleepbaan te kort | Start de bal verder naar rechts en achter je, arm volledig gestrekt |
| Alles op de aanloop gooien | Eindeloos sleutelen aan passen terwijl de flick niet harder wordt | Zet je aanlooppatroon vast en train de duik en de release; daar zit de winst, niet in de passen |
Vier cues die je tijdens de training kunt gebruiken: buik richting de grond en blik omlaag, strek je rechterarm zodat de bal ver van je af start, maak een grote laatste pas met links, en luister of je de bal over je stick hoort rollen.
Naar de wedstrijd: de strafcorner vanaf O11
De sleeppush is in de eerste plaats een strafcornerwapen, en de strafcorner bestaat pas vanaf O11. O10 speelt sinds seizoen 2023-2024 geen strafcorners meer, maar een in-game shoot-out. Vanaf O11, negen tegen negen met volledige elftalregels (in seizoen 2025-2026 nog een clubkeuze, per seizoen 2026-2027 verplicht), komt de corner in het spel en wordt een betrouwbare flicker ineens veel waard. Hoe die overstap eruitziet, lees je in van O10 naar O11.
Wie op de corner gaat slepen, moet ook de hoge-balregels kennen. Een flick of scoop mag op elke hoogte gespeeld worden, zolang het niet gevaarlijk is; een flick richting een tegenstander binnen 5 meter geldt als gevaarlijk spel. De volledige uitleg staat in de regels voor de hoge bal.
Een corner is bovendien meer dan een flicker alleen: de aangeef, de stop en de varianten eromheen bepalen of jouw sleeppush aan bod komt. Hoe je dat als team organiseert, lees je in de aanvallende strafcorner voor O12.
Materiaal speelt een bescheiden rol, maar een stick met een low bow maakt het slepen en afrollen merkbaar makkelijker; waar je dan op let, lees je in ons overzicht van de beste hockeysticks voor de sleeppush.
Blijf laag trainen
De diepe, lage houding is de rode draad in dit hele stappenplan, en die houding komt overal in het moderne hockey terug. Wie vaker laag aan de bal wil werken, vindt in 3D-skills leren een tweede leerlijn die om dezelfde lage lichaamshouding vraagt. Train de vier bouwstenen los, plak ze pas aan elkaar als elke schakel klopt, en laat het rolgeluid en de eindfoto je feedback zijn. Zo groeit je sleeppush stap voor stap van een trage oefenvorm naar een cornervariant waar een keeper rekening mee moet houden.
FAQ
Veelgestelde vragen
-
Vanaf welke leeftijd heeft het zin om de sleeppush te trainen?
Als cornerspecialisme vanaf O11, want O10 heeft sinds seizoen 2023-2024 geen strafcorner meer maar een in-game shoot-out. Daarnaast mag bij O9 en O10 de bal niet hoger dan kniehoogte gespeeld worden, dus een hoge flick hoort daar nog niet thuis. De losse bouwstenen, zoals laag zakken en de bal over de stick laten rollen, kun je wel eerder spelenderwijs oefenen zolang de bal laag blijft.
-
Waar komt de snelheid van een sleeppush vandaan?
Uit je benen en de diepe duik van je bovenlichaam, niet uit je armen. Hoe dieper je wegzakt, hoe harder de bal gaat. Daarnaast telt de lengte van de sleepbaan: een bal die ver achter en rechts van je lichaam start, plus een grote laatste stap met links, geeft de bal een langere versnellingsweg. Je armen sturen alleen de richting.
-
Hoe hoog mag een sleeppush volgens de spelregels?
Een flick of scoop mag op elke hoogte gespeeld worden, zolang het niet gevaarlijk is; een flick richting een tegenstander binnen 5 meter geldt als gevaarlijk spel. Op de strafcorner geldt de 460 mm plankhoogte alleen voor het eerste slagschot, niet voor een push of flick. Opzettelijk hoog slaan mag alleen als schot op doel vanuit de cirkel.
-
Hoe weet ik of ik echt sleep en niet gewoon push?
Luister naar het rolgeluid. Bij een echte sleeppush ligt de bal tegen het midden van je stick, reist hij langs de stick en rolt hij bij de release af over de krul; dat afrollen maakt een zoemend geluid. Hoor je dat niet en voelt het contact als een korte prik, dan push je de bal in plaats van hem te slepen.
-
Heb ik een speciale stick nodig om de sleeppush te leren?
Nee, je leert de techniek met elke stick. Een stick met een low bow, een kromming die laag bij de krul zit, maakt het slepen en afrollen wel makkelijker. Techniek en lichaamshouding blijven belangrijker dan materiaal.
-
Wat is de beste aanloop voor de sleeppush?
Een universeel beste aanlooppatroon bestaat niet: iedere flicker loopt net iets anders aan. Kies een kort, vast patroon dat je linkervoet elke keer op hetzelfde punt naast de bal brengt, en laat het daarna met rust. Trainingstijd die je in aanlooppasjes steekt, levert minder op dan diezelfde tijd in de duik en de release.
Meer over coaching
coaching · beginner
Hockey oefenen thuis met je kind: kleine oefeningen, groot verschil
Tien minuten oefenen op de tegels of in de gang doet meer voor het balgevoel van je kind dan een extra training. Het geheim is regelmaat: korte sessies met veel kleine balcontacten, op elke vlakke ondergrond, met een tennisbal binnen of een hockeybal buiten. In deze gids vind je een leerlijn van simpele tikjes tot shoot-out-spelletjes, een kant-en-klare 10-minutenroutine en de valkuilen die je beter vermijdt. Plezier voorop, want zonder lol geen leercurve.
coaching · beginner
De backhand leren: van liggende backhand tot tomahawk
De backhand leer je in een vaste volgorde: eerst de liggende backhand (stick vrijwel plat, bal raken met de rand), daarna de tomahawk (stick verticaal, voor de stuitende bal). De hoofdregel is bij allebei hetzelfde: eerst de bal goed leggen, dan pas slaan. Leg de bal op lijn met je rechtervoet, houd de face stil en zwaai horizontaal door de bal. In dit artikel loop je de hele leerlijn door, van stilliggende bal tot de keuze op snelheid in de wedstrijd, inclusief de fouten die je onderweg tegenkomt.
coaching · beginner
Harder slaan in hockey: techniek voor een zuivere slag
Harder slaan begint niet bij spierkracht maar bij techniek: een goede voetplaatsing, een gesloten schouderlijn en zuiver contact op de sweet spot van je stick. De kracht komt daarna vanzelf, uit de rotatie van je heupen en romp. Leer daarom eerst zuiver raken op een stilliggende bal en voeg pas dan snelheid toe. In dit artikel vind je de complete leerlijn: de basisslag in zes stappen, de korte grip waarmee je in de cirkel sneller uithaalt, de meest gemaakte fouten en een trainingsopbouw van basis naar wedstrijd.