Onderwerp
#zaalhockey.
6 artikelen met deze tag.
Kennis
Van veldscheidsrechter naar zaalhockey fluiten: dit moet je weten
Zaalhockey fluiten vraagt een andere bril dan veld. De vier grootste omschakelingen: alleen de push is toegestaan (elke slag, slapshot of schuifslag fluit je af), elke hervatting is een vrije push met tegenstanders op 3 meter, de strafcorner kent een 30-secondenregime dat je actief managet, en kaarten hebben eigen tarieven: groen 1 minuut, geel 2 of 4. Deze gids zet per onderdeel op een rij wat je anders moet beoordelen, op basis van het KNHB Spelreglement Zaalhockey vanaf november 2025 en de Afspraken Arbitrage Zaalhockey 2025-2026.
Zaalhockey-spelregels: dit is anders dan op het veld
Zaalhockey speel je met zes spelers per team, inclusief keeper, en alleen met de push: elke vorm van slaan is verboden, ook de schuifslag. De bal blijft op de vloer behalve bij een schot op doel, de balken langs de zijkanten horen bij het spel en tegenstanders staan bij elke hervatting op 3 meter. Kaarten zijn korter dan op het veld: groen 1 minuut, geel 2 of 4 minuten. Dit overzicht volgt het KNHB Spelreglement Zaalhockey vanaf november 2025 en zet de verschillen met het veld op een rij.
Zaalhockey: wat heb je nodig? De uitrusting voor de zaal op een rij
Voor zaalhockey heb je naast een bitje en scheen- en enkelbeschermers vooral schoenen met een vlakke, niet afgevende zool nodig. Een beschermende handschoen aan de linkerhand raadt de KNHB dringend aan, maar hij is niet verplicht. Een aparte zaalstick is prettig, maar voor een eerste zaalseizoen niet nodig: een veldstick mag in de zaal ook. Hieronder lees je per onderdeel wat verplicht is, wat verstandig is en waar je op let.
Keeperregels in het hockey: wat mag een keeper wel en niet?
In de eigen cirkel mag een hockeykeeper de bal spelen met stick, legguards, hand of elk ander lichaamsdeel, zolang de stick in de hand blijft. Buiten de cirkel telt alleen de stick, en buiten het eigen 23-metergebied doet hij niet mee aan het spel, behalve om zelf een strafbal te nemen. Sinds 1 augustus 2019 (de KNHB-ingangsdatum) is het bovendien simpel: een team speelt met een volledig uitgeruste keeper of met 11 veldspelers, iets ertussenin bestaat niet meer. Dit artikel zet alle keeperregels op een rij, van cirkel tot strafcorner, strafbal, kaarten, zaal en jeugd.
Hockeyschoenen kiezen: veld of zaal, maat en pasvorm, en wat je echt nodig hebt
Een hockeyschoen koop je op pasvorm en op het veld waarop je speelt. Een veldschoen heeft een noppenzool voor kunstgras, een zaalschoen een vlakke zool die niet afgeeft, en die twee zijn niet uitwisselbaar. In deze gids lees je hoe je de juiste maat kiest, waarom een halve maat groeiruimte het maximum is, wanneer een topmodel de moeite waard is en wat een kind, een dame of een zaalhockeyer anders nodig heeft.
Kaarten en tijdstraffen in het hockey: groen, geel en rood uitgelegd
Een groene kaart kost je op het veld 2 speelminuten, een gele minimaal 5 en in de praktijk 5 of 10 minuten, en een rode kaart betekent het einde van je wedstrijd. In de zaal zijn de straffen korter: groen 1 minuut, geel 2 of 4 minuten. In alle gevallen speelt je team tijdens de straftijd met een speler minder. Dit artikel legt uit wie de tijd bijhoudt, waar je je straf uitzit, hoe het zit met kaarten voor de aanvoerder, de keeper en de coach, en wat er na een rode kaart echt volgt, op basis van het KNHB Spelreglement Veldhockey vanaf 1 augustus 2026.