Een 8 tegen 8 hockeyteam coachen (O10): opstelling, shoot-out en speelbegeleiden
Er bestaat geen voorgeschreven KNHB-opstelling voor een 8-tal: welke vorm je met je O10-team speelt is jouw keuze, bijvoorbeeld drie achterin, drie op het midden en een voorin. Je echte prioriteiten volgen uit wat bij O10 nieuw is: een half veld dat twee keer zo groot is als vorig jaar, de shoot-out die de strafcorner vervangt, scoren op plankhoogte, 5 meter afstand, en het feit dat je als coach vaak ook speelbegeleider bent. Dit artikel zet per onderdeel op een rij wat je kiest en wat je traint.
Jeugdsport-redacteur
Coach je voor het eerst een achttal, dan is je eerste vraag meestal welke opstelling je neerzet. Het antwoord: die keuze is aan jou. De KNHB schrijft voor de 8-tallen van de jongste jeugd geen opstelling voor. Wat wel vastligt is het regelkader, en daar zitten je echte coachonderwerpen.
Bij O10 spelen teams 8 tegen 8 inclusief keeper, op een half veld van ongeveer 55 bij 43 meter, met een plankgoal en 2 x 30 minuten speeltijd. Dat levert vijf dingen op die vorig jaar bij O9 nog niet speelden: een veld dat bijna twee keer zo groot is, de shoot-out als vervanger van de strafcorner, de cirkel en de plankhoogte, 5 meter afstand in plaats van 3, en jouw dubbelrol als coach en speelbegeleider. Coach je voor het eerst een team in de jongste jeugd, lees dan ook Je eerste hockeyteam coachen bij de jongste jeugd.
Van 6-tal naar 8-tal: dit verandert er
| Onderdeel | O9 (6-tal) | O10 (8-tal) |
|---|---|---|
| Spelers | 6 tegen 6, inclusief keeper | 8 tegen 8, inclusief keeper |
| Veld | ca. 43 x 25 meter | half veld, ca. 55 x 43 meter |
| Doelgebied | 10-metergebied | cirkel, of een rechthoekig doelgebied |
| Speelduur | 2 x 25 minuten | 2 x 30 minuten |
| Afstand | 3 meter | 5 meter |
| Straf in de cirkel | shoot-out bij voorkomen doelpunt | shoot-out bij elke verdedigende overtreding, plus strafbal |
| Leiding | 1 speelbegeleider naast het veld | 2 speelbegeleiders in het veld |
Het veld verdubbelt bijna in oppervlakte en de wedstrijd duurt tien minuten langer. Dat is de verandering die je spelers het eerst voelen, en het is meteen de reden waarom positionering dit seizoen ineens uitmaakt: bij O9 was iedereen vanzelf in de buurt van de bal, bij O10 niet meer.
Kies een vorm vanuit principes, niet uit een boekje
Met acht spelers heb je zeven veldspelers plus een keeper. Vormen die je in de praktijk veel ziet zijn 3-3-1, 2-3-2 en 3-2-2. Geen daarvan is voorgeschreven. Baseer je keuze op een paar simpele principes:
- Houd elke linie bezet. Je wilt altijd iemand achterin, iemand op het midden en iemand voorin hebben, hoe de wedstrijd ook loopt.
- Breed en diep in balbezit, compact bij balverlies. Dit ene principe levert meer op dan welke vormdiscussie dan ook.
- Denk in linies, niet in vaste posities. Geef elk kind een startplek per wedstrijd en laat het team door het seizoen heen rouleren.
- Een opstelling is een startfoto, geen wet. Kinderen van negen bewegen naar de bal, en dat hoort zo.
In de KNHB-beschrijving van deze leeftijdsfase staat dat de bal nog steeds erg belangrijk is en dat kinderen pas beginnen te ontdekken dat overspelen meer oplevert. Bouw daarop: laat ze het zelf merken in spelvormen in plaats van het uit te leggen.
Prioriteit 1: de shoot-out
Dit is de spelsituatie die O10 uniek maakt. Bij een verdedigende overtreding in de cirkel mag de tegenstander een shoot-out nemen, vanaf de middenlijn, zonder tijdslimiet. Alle spelers behalve de keeper en de nemer staan in de cirkel van de aanvallende partij; zodra de shoot-out genomen is mogen ze meedoen.
Er is bij O10 geen strafcorner, dus besteed daar geen trainingstijd aan. Wat je wel traint:
- Aanvallend: rustig aanlopen, de keeper laten kiezen, en afronden op of onder plankhoogte. Laat meerdere kinderen oefenen en wissel de nemers af, ook als een kind er beter in is dan de rest. De KNHB adviseert de nemers te laten rouleren.
- Verdedigend: je keeper leren wachten en klein blijven, en het team leren waar het moet staan.
De volledige uitleg staat in De shoot-out bij O10.
Prioriteit 2: laag en zuiver afronden
Bij O10 telt een doelpunt alleen als een aanvaller de bal in de cirkel heeft aangeraakt en de bal op of onder plankhoogte volledig over de achterlijn is gegaan. Bij een doelpoging mag de bal gedurende de hele schotbaan niet hoger komen dan plank- of kniehoogte.
Praktisch betekent dat: het kind dat het hardst kan slaan scoort hier niet het meest. Train de push en de zuivere lage slag, en train de aanname in de cirkel. Kinderen die een keer een prachtig hoog schot laten afkeuren onthouden de regel meteen. Voor de techniek zelf: Je aanname verbeteren en Harder slaan in hockey.
Prioriteit 3: vijf meter, en de rolregel bij de cirkel
Nieuw dit jaar: bij elke hervatting nemen alle spelers 5 meter afstand in plaats van 3. En wordt de bal binnen 5 meter van de cirkel genomen, dan moet die eerst 5 meter hebben gerold voordat hij de cirkel in mag.
Verwerk dat in je trainingen door elke spelvorm met een correcte hervatting te laten beginnen. Het kost je twee weken en het scheelt je een heel seizoen aan onderbrekingen.
Prioriteit 4: het grotere veld
Op een half veld kan een team voor het eerst uit elkaar vallen. Twee afspraken zijn genoeg om dat te voorkomen:
- Als wij de bal hebben, maken we het veld groot. Er is altijd iemand breed en iemand diep aanspeelbaar.
- Als zij de bal hebben, schuiven we naar de bal toe. Iedereen beweegt mee, ook de spelers aan de andere kant.
Meer hoef je op deze leeftijd echt niet af te spreken. Voor de verdedigende kant van dat verhaal, met druk en rugdekking, kun je de principes uit verdedigen met een O11-team al een jaar eerder in vereenvoudigde vorm gebruiken.
Jij bent ook speelbegeleider
Dit is het onderdeel waar O10 echt anders is dan alle andere categorieën. Elke club levert een speelbegeleider en die twee lopen aan weerszijden in het veld mee. Zij begeleiden het spel en fluiten volgens de geldende speelregels; volgens de KNHB wordt er bij O10 al iets vaker gefloten dan bij O7 tot en met O9, maar staan speelplezier en veiligheid nog altijd voorop. Alleen volwassenen mogen deze rol vervullen.
Wat de KNHB-one-pager je meegeeft:
- Je geeft een vrije slag voor gevaarlijk spel. De bal mag niet hoger dan kniehoogte; liften mag, mits niet gevaarlijk.
- Je let op de shoot- en de bollekant-regel en op de afstandsregel van ongeveer 5 meter.
- Je kent een shoot-out toe bij een overtreding van de verdedigende partij in het doelgebied.
- Of de bal in of uit is en wie hem mag nemen, laat je bij voorkeur aan de kinderen zelf. Komen ze er niet uit, dan help je.
- Voor de wedstrijd stemmen de team- en speelbegeleiders samen af; na afloop vullen ze samen het digitale wedstrijdformulier in.
Als het niveauverschil te groot is
Dit is de meest onderschatte bevoegdheid die je hebt. Zie je dat het ene team veel sterker is en het andere het plezier verliest, dan mag je ingrijpen, zolang de essentie van het spel behouden blijft. De KNHB noemt concrete opties:
- Voor de bovenliggende partij: strenger fluiten, of de opstelling veranderen zodat de scorende spelers achterin gaan spelen.
- Voor de onderliggende partij: meer aanwijzingen geven, of een extra speler inzetten.
- Combineer die opties gerust.
Vraag het ook aan de kinderen zelf. Die hebben er vaak goede ideeën over.
Twee helften: maar één coachmoment
Een O10-wedstrijd bestaat uit twee helften van 30 minuten met een keer 5 minuten rust. Je hebt dus maar een echt coachmoment, en dat is de rust. Gebruik het voor een ding: een accent, kort en concreet, in de taal van deze leeftijd. Kinderen van negen zijn sterk visueel ingesteld, dus voordoen werkt beter dan uitleggen, en een aanwijzing die naar de situatie in het veld verwijst werkt beter dan een technische term.
Daarnaast mag je een time-out van twee minuten aanvragen, een keer per helft. De speeltijd loopt wel door, dus spreek voor de wedstrijd met je tegenstander af of jullie er gebruik van maken.
Geen ranglijst: gebruik dat jaar
O10 is de laatste categorie zonder gepubliceerde ranglijst. De uitslag gaat wel op het digitale wedstrijdformulier, maar uitslagen en standen worden in de jongste jeugd niet gepubliceerd; ze worden alleen bij een herindeling gebruikt om teams op een passend en uitdagend niveau in te delen.
Dat is een cadeau. Rouleer posities, laat iedereen een keer keepen, laat iedereen een keer de shoot-out nemen, en verdeel de speeltijd eerlijk. Vanaf O11 komt de stand erbij en wordt die verleiding groter. Wat je verder beter kunt laten, staat in Veelgemaakte coachfouten in het jeugdhockey.
Verder lezen
De volledige regels staan in Spelregels 8 tegen 8 (O10). Wil je weten hoe je een training opbouwt: Zo bouw je een goede hockeytraining op. En omdat je spelers volgend jaar naar het 9-tal gaan met echte scheidsrechters en een echte strafcorner: Van O10 naar O11 en Een 9 tegen 9 hockeyteam coachen.
FAQ
Veelgestelde vragen
-
Welke opstelling speel je met een 8-tal hockey?
Dat mag je zelf kiezen: de KNHB schrijft voor de 8-tallen van de jongste jeugd geen opstelling voor. Vormen die je in de praktijk veel ziet zijn 3-3-1, 2-3-2 en 3-2-2, met zeven veldspelers plus een keeper. Belangrijker dan de vorm is dat elke linie bezet blijft en dat je in linies denkt in plaats van in vaste posities, zodat spelers door het seizoen heen kunnen rouleren.
-
Moet ik met een O10-team de strafcorner trainen?
Nee. De strafcorner bestaat bij O10 niet. In plaats daarvan geldt de shoot-out vanaf de middenlijn, bij elke verdedigende overtreding in de cirkel. Dat is dus de spelsituatie waar je trainingstijd in steekt, aanvallend en verdedigend. De strafcorner komt er pas bij O11 bij.
-
Ben ik als coach ook speelbegeleider bij O10?
Elke club levert bij O10 een speelbegeleider, en die twee lopen aan weerszijden in het veld mee. Bij veel clubs is dat de coach of een ouder. Alleen volwassenen mogen de rol vervullen. Je fluit niet als scheidsrechter maar begeleidt het spel volgens de geldende speelregels; de KNHB heeft er een one-pager voor met precies wat er van je wordt verwacht.
-
Wat doe je als de tegenstander veel te sterk is?
Als speelbegeleider mag je ingrijpen, zolang de essentie van het spel behouden blijft. De KNHB noemt concrete opties: strenger fluiten voor de bovenliggende partij, of die partij de opstelling laten veranderen zodat de scorende spelers achterin gaan spelen. Voor de onderliggende partij: meer aanwijzingen geven of een extra speler inzetten. Combineren mag, en de kinderen hebben er zelf vaak goede ideeën over.
-
Hoeveel coachmomenten heb je in een O10-wedstrijd?
Eén: de rust. Een O10-wedstrijd bestaat uit twee helften van 30 minuten met een keer 5 minuten rust. Daarnaast mag je een time-out van twee minuten aanvragen, een keer per helft, maar de speeltijd loopt dan door. Vanaf O11 wordt er in vier kwarten gespeeld en heb je drie natuurlijke coachmomenten.
-
Waarom scoren mijn spelers hun harde schoten niet?
Waarschijnlijk omdat de bal te hoog gaat. Bij O10 telt een doelpunt alleen als de bal op of onder plankhoogte over de achterlijn gaat, en bij een doelpoging mag de bal gedurende de hele schotbaan niet hoger komen dan plank- of kniehoogte. Train dus de push en de zuivere lage slag, en de aanname in de cirkel.
Meer over tactiek
tactiek · beginner
Een 9 tegen 9 hockeyteam coachen: opstelling, wissels en de eerste strafcorner
Er bestaat geen officiele KNHB-opstelling voor 9 tegen 9: welke vorm je met je O11-team speelt is een coachkeuze, bijvoorbeeld drie achterin, drie op het midden en twee voorin. Je echte prioriteiten volgen uit wat nieuw is voor je spelers: de eerste strafcorner, een echt doel met keeper, bevoegde scheidsrechters, vier kwarten en de eerste gepubliceerde ranglijst. Dit artikel zet per onderdeel op een rij wat je kiest, wat je traint en hoe je de stand in perspectief houdt: ontwikkeling gaat voor.
tactiek · beginner
Hockeyposities en hun taken uitgelegd: van keeper tot spits
Bij hockey staan er maximaal 11 spelers per team in het veld (KNHB Spelreglement vanaf 1 augustus 2026, regel 2.1), en dat reglement kent maar twee soorten spelers: de doelverdediger en de veldspeler. Alle andere posities, van laatste man tot spits, zijn afspraken van de coach. Toch praat vrijwel elke Nederlandse club in dezelfde termen: keeper, laatste man, voorstopper, backs, controleur, middenmid, halven, spits en vleugels. In dit artikel lees je wat elke positie doet, met en zonder bal, en hoe dat werkt bij 6-tallen, 8-tallen, 9 tegen 9 en het volledige elftal.
tactiek · beginner
Zo verdedig je met een O12-team: verdedigen op een heel veld
Verdedigen met een O12-team draait om dezelfde drie principes als bij O11: druk op de bal met rugdekking erachter, de tegenstander naar de zijkant sturen en compact blijven. Wat erbij komt is het veld. Op 91,40 bij 55 meter blijft een team niet vanzelf compact, dus moet je er een keuze bij maken die je bij het 9-tal nog kon overslaan: hoe hoog verdedig je. Kies er een per wedstrijd, train hem, en laat de rest los.