Naar hoofdinhoud
coaching Beginner 7 min lezen

De backhand leren: van liggende backhand tot tomahawk

De backhand leer je in een vaste volgorde: eerst de liggende backhand (stick vrijwel plat, bal raken met de rand), daarna de tomahawk (stick verticaal, voor de stuitende bal). De hoofdregel is bij allebei hetzelfde: eerst de bal goed leggen, dan pas slaan. Leg de bal op lijn met je rechtervoet, houd de face stil en zwaai horizontaal door de bal. In dit artikel loop je de hele leerlijn door, van stilliggende bal tot de keuze op snelheid in de wedstrijd, inclusief de fouten die je onderweg tegenkomt.

Tactiekanalist

Laatst bijgewerkt:

De backhand leer je in twee stappen. Eerst de liggende backhand: diep zakken, stick vrijwel plat over de grond, de bal raken met de rand. Daarna pas de tomahawk, de staande reverse voor de stuitende bal, want daar is de foutmarge het kleinst. Bij allebei geldt dezelfde hoofdregel: eerst de bal goed leggen, dan pas slaan. Wie die volgorde omdraait en meteen wil knallen, blijft hangen in schoten die soms wel en soms niet lukken.

Welke backhand is welke

De naamgeving loopt in de praktijk door elkaar: sommige trainers noemen juist de vlakke slag een tomahawk. Voor dit artikel leggen we het een keer vast en houden we dat vol:

  • Liggende backhand: de vlakke reverse-slag. Je staat aan de backhandkant van de bal, zakt diep, houdt de stick bijna horizontaal en raakt de bal met de rand.
  • Tomahawk (staande reverse): de stick staat verticaal en je blijft rechtop. Dit is de variant voor een stuitende bal waarop je niet kunt wachten.

De vuistregel op het veld: rolt de bal vlak en heb je een fractie tijd, kies dan de liggende backhand. Stuit de bal en is er geen tijd, dan wordt het de staande variant.

De basis: de liggende backhand

Stap 1: leg de bal op lijn met je rechtervoet

Het raakpunt van deze slag ligt vast: de rand van de stick tegen het hart van de bal. Jouw lichaam organiseert zich rond dat punt, niet andersom. Leg de bal daarom in het verlengde van je rechtervoet, op afstand van je lichaam, zodat je armen en je stick vrij kunnen zwaaien.

Klopt de afstand niet, dan corrigeer je met je voeten. Ligt de bal te dichtbij, stap dan naar achteren om zwaairuimte te maken. Heb je de bal juist ver weggelegd, loop er dan actief achteraan tot de afstand weer klopt.

Stap 2: zak diep en houd de face stil

Zak diep door je knieën, met je romp richting een halve meter boven het veld bij een volledige uitvoering. De stick ligt daardoor vrijwel horizontaal. De face van de stick wijst omhoog, open naar de lucht, en blijft dat tijdens de hele swing. Een blad dat onderweg draait, geeft elk schot een ander contactvlak, en dus een andere richting.

Stap 3: raak het hart van de bal en zwaai horizontaal door

Je raakt de bal met de rand van de stick, precies in het hart van de bal. Raak je onder het hart, dan wipt de bal op. Raak je erboven, dan druk je hem de grond in. De doorzwaai is horizontaal, parallel aan de grond, dwars door de bal heen. Hak niet omlaag: dat kost snelheid en geeft stuit of slice.

Een goed geraakte liggende backhand kan minstens zo hard zijn als een forehand-slag, en moderne sticks geven bij zuiver randcontact vanzelf veel snelheid. Controle is het schaarse goed. Kijk je toch naar materiaal, begin dan bij de beste hockeysticks voor aanvallers; de grootste winst blijft in de techniek zitten. Werk je tegelijk aan je gewone slag, lees dan ook harder en zuiverder slaan: die opbouw lijkt sterk op deze.

De opbouw: van stilliggende bal naar aanname

Bouw de slag in drie fasen op:

  1. Statische bal. Leg de bal op lijn met je rechtervoet, maak eerst droge swings en zoek daarna het randcontact op de stilliggende bal. Hier train je balpositie, houding en raakpunt zonder tijdsdruk.
  2. Zelf aanleggen. Neem de bal aan met je rug naar het doel, leg hem uit naar rechts en draai je lichaam mee. Dat meedraaien is essentieel: leg je de bal wel weg maar draait je lichaam niet mee, dan is het impactpunt onbereikbaar.
  3. Bal in de ruimte. Leg de bal bewust verder weg, loop erachteraan en schiet zodra de afstand klopt. Zo train je het afstandsgevoel dat je in de wedstrijd nodig hebt.

De grootste valkuil in deze fase is haast na de aanname: meteen willen schieten terwijl de bal nog verkeerd ligt. Herkenbaar aan schoten die zonder patroon soms lukken en soms niet. Eerst leggen, dan slaan.

De tomahawk: de staande reverse

De staande reverse vraagt van alle schoten misschien wel de meeste precisie: je raakt met een klein vlak op de stick een bal die ook nog beweegt. Begin er daarom pas aan als de liggende backhand betrouwbaar zit; het is een techniek voor oudere jeugd en senioren.

Grip en houding

Draai je handen een kwartslag ten opzichte van de liggende variant, met rechte polsen, zodat de face van de stick naar het doel wijst in plaats van naar de lucht. Grip meestal iets korter, met je handen lager op de steel: zo houd je dicht op de bal toch genoeg ruimte om uit te halen.

De houding is het spiegelbeeld van de liggende variant: je blijft rechtop in een atletische stand en zakt juist niet diep door je knieën. De stick staat verticaal. Doordat je rechtop staat, kijk je automatisch van boven op de bal, en dat maakt de stuit en het raakmoment veel beter in te schatten.

Raakpunt en polswerk

Raak de bal precies in het hart van het stickvlak, niet op de rand. De rand raken kan, maar kost power. Raak je de bal te hoog, dan springt hij weg; raak je hem verkeerd, dan sliced hij naast het doel.

Sluit tijdens de slag je polsen naar het veld toe, zodat de face richting doel en grond blijft wijzen, en houd je rechterschouder laag. Leun je achterover, dan draait de face open en vliegt de bal hoog en naast. Richting de grond slaan mag juist lonen: een hard ingezette reverse die via de grond het doel in stuit, is voor keepers lastig te lezen.

  • Statisch of afschermend: rechtervoet voor. Dat geeft balans en schermt de bal af voor de verdediger, en balans is wat het hardste schot mogelijk maakt.
  • Op snelheid, in een lopende een-tegen-een: linkervoet voor. Je heup opent en je schiet zonder vaart te verliezen. Sta je met rechts voor, dan zit je eigen lichaam bij hoge snelheid de slag in de weg.

Veelgemaakte fouten en oplossingen

Fout Hoe je het herkent Oplossing
Haast na de aanname (liggend) Schoten lukken zonder patroon soms wel, soms niet Eerst de bal goed leggen, dan pas slaan
Te dicht op de bal (liggend) Je staat boven op de bal, contact met de achterkant van de stick Stap naar achteren voor zwaairuimte
Bal weggelegd, niet meegelopen (liggend) Bal vertrekt vanaf de krul, richting klopt structureel niet Actief achter de bal aan bewegen
Omlaag hakken (liggend) Bal stuit of sliced, schot verliest snelheid Horizontaal door de bal zwaaien
Achterover leunen (staand) Schouder omhoog, bal structureel hoog en naast Polsen sluiten, rechterschouder laag
Te diep zakken (staand) Stick komt niet verticaal, raakpunt onhaalbaar Rechtop blijven in atletische stand
Stick te lang vastgehouden (staand) Geen zwaairuimte dicht op de bal Handen lager op de steel

Wanneer kies je welke variant in de wedstrijd

De keuze is situatief en snel te maken:

  • Vlak rollende bal en een fractie tijd: liggende backhand. Meeste controle en power.
  • Stuitende bal, geen tijd: tomahawk.
  • Buiten de cirkel of zonder schot op doel: houd de bal laag. Opzettelijk hoog slaan mag alleen als schot op doel, dus een hoge tomahawk hoort alleen in de cirkel thuis, gericht op het doel. Hoe de hoogteregels precies werken, ook voor flicks en scoops, lees je in de regels voor de hoge bal.

Dezelfde liggende techniek is trouwens ook bruikbaar als harde, vlakke pass over grotere afstand: het raakpunt en de doorzwaai veranderen niet, alleen je richtpunt.

Voor de jongste jeugd ligt het anders. Bij O9 en O10 mag de bal niet hoger dan kniehoogte worden gespeeld, dus hoge reverses horen daar nog niet thuis. Leg bij jeugd de nadruk op balpositie en raakpunt, niet op kracht: moderne sticks maken het schot al hard genoeg.

In de cirkel is de backhand vooral een scoringswapen, omdat een keeper het moment van raken bij een liggende backhand slecht kan timen. Hoe je die kansen in de cirkel vaker afmaakt, lees je in meer goals scoren.

FAQ

Veelgestelde vragen

  • Wat is het verschil tussen een liggende backhand en een tomahawk?

    De liggende backhand is de vlakke reverse-slag: je zakt diep, de stick ligt vrijwel horizontaal en je raakt de bal met de rand. De tomahawk is in dit artikel de staande reverse: je blijft rechtop, de stick staat verticaal en je raakt de bal in het hart van het stickvlak. De vuistregel op het veld: een vlak rollende bal met een fractie tijd vraagt om de liggende backhand, een stuitende bal zonder tijd om de tomahawk. Let op: de naamgeving loopt in de praktijk door elkaar en sommige trainers noemen juist de vlakke slag een tomahawk.

  • Waar moet de bal liggen bij een liggende backhand?

    In het verlengde van je rechtervoet, op afstand van je lichaam, zodat je armen en stick vrij kunnen zwaaien. Het raakpunt ligt vast: de rand van de stick tegen het hart van de bal, en je lichaam organiseert zich rond dat punt. Ligt de bal te dichtbij, stap dan naar achteren om zwaairuimte te maken. Heb je de bal ver weggelegd, loop er dan achteraan tot de afstand weer klopt.

  • Mag je een hoge tomahawk overal op het veld slaan?

    Nee. Opzettelijk hoog slaan mag alleen als schot op doel, dus een hoge tomahawk mag alleen in de cirkel en gericht op het doel. Buiten de cirkel of zonder schot op doel houd je de bal laag. Een flick of scoop mag wel op elke hoogte, zolang die niet gevaarlijk is; een flick of scoop richting een tegenstander binnen 5 meter geldt als gevaarlijk.

  • Vanaf welke leeftijd kun je de tomahawk leren?

    Leer eerst de liggende backhand. De staande reverse is een gevorderde techniek met een kleine foutmarge op een stuitende bal en past daarom bij oudere jeugd en senioren. Bij O9 en O10 mag de bal bovendien niet hoger dan kniehoogte worden gespeeld, dus hoge reverses horen daar nog niet thuis. Leg bij jeugd de nadruk op balpositie en raakpunt, niet op kracht: moderne sticks maken het schot al hard genoeg.

  • Waarom gaat mijn tomahawk steeds hoog en naast het doel?

    Meestal omdat je achterover leunt, waardoor de face van de stick opendraait en de bal omhoog en naast het doel stuurt. Dit is de typische jeugdfout bij de staande reverse. De oplossing is expliciet polswerk: sluit je polsen naar het veld toe zodat de face richting doel en grond blijft wijzen, en houd je rechterschouder laag.

  • Is een backhand net zo hard als een forehand?

    Ja, een goed geraakte liggende backhand kan minstens zo hard zijn als een forehand-slag. Moderne sticks geven bij zuiver randcontact vanzelf veel snelheid, dus controle is het schaarse goed, niet kracht. Voor keepers is de slag extra lastig omdat ze het moment van raken slecht kunnen timen.

Meer over coaching

coaching · beginner

Hockey oefenen thuis met je kind: kleine oefeningen, groot verschil

Tien minuten oefenen op de tegels of in de gang doet meer voor het balgevoel van je kind dan een extra training. Het geheim is regelmaat: korte sessies met veel kleine balcontacten, op elke vlakke ondergrond, met een tennisbal binnen of een hockeybal buiten. In deze gids vind je een leerlijn van simpele tikjes tot shoot-out-spelletjes, een kant-en-klare 10-minutenroutine en de valkuilen die je beter vermijdt. Plezier voorop, want zonder lol geen leercurve.

coaching · gevorderd

De sleeppush leren: stap voor stap van basistechniek naar strafcorner

De sleeppush leer je in vier bouwstenen: de grip en balpositie, het oppakken van de bal met een grote stap, de diepe duik van je bovenlichaam en de release waarbij de bal over je stick afrolt. Train die bouwstenen eerst los en stilstaand, plak ze daarna aan elkaar en voeg pas als laatste een aanloop en een aangever toe. De kracht komt uit je benen en je lage houding, niet uit je armen. Vanaf O11 is de sleeppush het belangrijkste wapen op de strafcorner; dit stappenplan brengt je van de eerste sleep naar een serieuze cornervariant.

coaching · beginner

Harder slaan in hockey: techniek voor een zuivere slag

Harder slaan begint niet bij spierkracht maar bij techniek: een goede voetplaatsing, een gesloten schouderlijn en zuiver contact op de sweet spot van je stick. De kracht komt daarna vanzelf, uit de rotatie van je heupen en romp. Leer daarom eerst zuiver raken op een stilliggende bal en voeg pas dan snelheid toe. In dit artikel vind je de complete leerlijn: de basisslag in zes stappen, de korte grip waarmee je in de cirkel sneller uithaalt, de meest gemaakte fouten en een trainingsopbouw van basis naar wedstrijd.