---
title: "Veelgemaakte coachfouten in het jeugdhockey en hoe je ze voorkomt"
description: "De meest gemaakte coachfouten in het jeugdhockey zijn voorzeggen bij de speler aan de bal, coachen op de uitslag, te veel praten, volwassen hockey kopiëren naar kinderen, acties bestraffen die op die leeftijd geen overtreding zijn en alleen de uitblinkers complimenteren. Stuk voor stuk goedbedoeld, en stuk voor stuk schadelijk voor het leerproces en het spelplezier. Per fout lees je hieronder waarom hij erin sluipt, wat hij met kinderen doet en wat je in plaats daarvan doet."
category: coaching
level: beginner
author: "Ties Vermolen"
authorRole: "Tactiekanalist"
authorUrl: https://hockeystanden.nl/auteur/ties-vermolen
publishedAt: 2026-07-03
lastUpdated: 2026-07-01
updatedAt: 2026-07-03T08:32:46.604Z
canonical: https://hockeystanden.nl/kennis/veelgemaakte-coachfouten-jeugdhockey
tags: ["coaching", "jeugdhockey", "jongste jeugd", "positief coachen"]
---

# Veelgemaakte coachfouten in het jeugdhockey en hoe je ze voorkomt

> De meest gemaakte coachfouten in het jeugdhockey zijn voorzeggen bij de speler aan de bal, coachen op de uitslag, te veel praten, volwassen hockey kopiëren naar kinderen, acties bestraffen die op die leeftijd geen overtreding zijn en alleen de uitblinkers complimenteren. Stuk voor stuk goedbedoeld, en stuk voor stuk schadelijk voor het leerproces en het spelplezier. Per fout lees je hieronder waarom hij erin sluipt, wat hij met kinderen doet en wat je in plaats daarvan doet.

Elke coach maakt deze fouten weleens, en bijna altijd uit betrokkenheid, niet uit onwil. Het goede nieuws: alle zes zijn ze af te leren zodra je ze herkent. Hieronder loop je ze een voor een langs, telkens met de vraag waarom de fout ontstaat, wat hij met kinderen doet en wat je in plaats daarvan doet.

## Fout 1: voorzeggen bij de speler aan de bal

"Speel af." "Kap naar links." "Schiet." Voorzeggen is de grootste valkuil tijdens de wedstrijd en tegelijk de meest gemaakte. De verklaring is menselijk: vanaf de lijn zie jij de oplossing eerder dan het kind op het veld, en je wilt helpen.

Het probleem: een speler die op dat moment een actie maakt, is nauwelijks bereikbaar. Roep je toch, dan raakt hij onrustig of geïrriteerd. Het effect op de lange termijn is nog vervelender. Een kind dat gewend raakt aan een stem die de keuzes maakt, leert zelf niet meer kijken. De KNHB wijst er in haar kennisbank over motorisch leren bovendien op dat bewegingen die spelers onbewust leren, langer beklijven en beter overeind blijven onder wedstrijddruk, juist omdat ze op spannende momenten niet bewust doordacht hoeven te worden. Wie alles voorzegt, ontneemt kinderen precies dat leerproces.

Wat je beter doet: coach om de bal heen. Spelers zonder bal zijn wel bereikbaar en hebben tijd om te luisteren. "Bied je aan op links" tegen een vrije speler is bruikbare informatie; dezelfde zin tegen de balbezitter is ruis.

## Fout 2: coachen op de uitslag

Het scorebord is zichtbaar, ouders vragen na afloop als eerste naar de stand, en winnen voelt nu eenmaal lekker. Zo sluipt resultaatcoaching erin: wissels op basis van de score, de sterkste spelers in de slotfase, chagrijn na verlies.

Bij de jongste jeugd (O7 tot en met O10) is dat per definitie misplaatst: daar worden helemaal geen standen bijgehouden, juist om het over leren en plezier te laten gaan. Vanaf O11 bestaan er wel [standen](/standen) en mag winnen best iets betekenen, maar dan draait het om balans. Beoordeel een wedstrijd nooit op de einduitslag: een team kan matig spelen en toch winnen, of het beste hockey van het seizoen laten zien en verliezen.

Wat het met kinderen doet: wie op resultaat wordt afgerekend, stopt met proberen. De actie die kan mislukken, wordt niet meer ingezet, en juist die acties vormen het leerproces.

Wat je beter doet: bespreek na afloop wat je aan hockey zag, niet wat het scorebord zei. Laat na een verliespartij de eerste emoties eerst zakken voordat je iets van de wedstrijd vindt. En besef dat je een voorbeeldfunctie hebt: steek je energie niet in het beïnvloeden van de scheidsrechters, en bedank na afloop de arbitrage en de coach van de tegenstander. Hoe je diezelfde rust bij de ouders organiseert, lees je in [omgaan met ouders langs de lijn](/kennis/omgaan-met-ouders-langs-de-lijn).

## Fout 3: te veel praten

De vuistregel die de KNHB trainers meegeeft is streng: alles zien, maar zo min mogelijk zeggen. In de praktijk gebeurt vaak het omgekeerde. De coach die elk technisch detail benoemt (handpositie, schouder erin, gewichtsoverdracht) creëert cognitieve overload: een kind kan al die informatie simpelweg niet tegelijk verwerken.

Daar komt bij dat "ze luisteren niet" zelden aan de kinderen ligt. Niet luisteren is meestal een signaal dat de uitleg te lang duurt en de oefening te weinig balcontacten oplevert.

Wat je beter doet: beperk je tot maximaal twee coachingspunten en stel bij voorkeur open vragen ("wat zag je op dat moment?") in plaats van te oordelen. Werk per wedstrijd met twee teamthema's en twee concrete persoonlijke aanwijzingen per speler, en introduceer nooit iets dat je niet eerst getraind hebt. Op de training zelf: begin met een korte instructie in plaats van een lang verhaal, geef een concrete mini-uitdaging, loop de groep in en maak oogcontact in plaats van je stem te verheffen, en spreek kinderen bij naam aan. "Jongens, luister even" voelt voor niemand als aangesproken worden.

## Fout 4: volwassen hockey kopiëren naar kinderen

Veel coaches kennen hockey vooral als elf tegen elf en nemen dat beeld mee naar het jeugdveld: vaste posities, opbouwpatronen, een wedstrijdbespreking met tactiekbord. Bij de jongste jeugd slaat dat de plank mis. Jonge kinderen reageren op de bal, niet op strategische positionering. Daarom spelen ze ook in kleine vormen: drie tegen drie zonder keeper bij O8, acht tegen acht op een half veld bij O10. Tien minuten extra speeltijd levert meer op dan tien minuten uitleg.

Dezelfde reflex zie je op de training terug als kegelhockey: eindeloos de bal van pion A naar pion B naar pion C spelen. De KNHB wijst dat af als standaard trainingsdieet. Hockey bestaat uit open vaardigheden in steeds wisselende situaties, en een perfect geïsoleerde techniek is weinig waard zonder de handelingssnelheid om hem in het spel toe te passen.

Wat je beter doet: train spelgericht, in vormen met veel balcontacten en echte keuzes. Hoe je zo'n training van warming-up tot slotpartij in elkaar zet, lees je in [een hockeytraining opbouwen](/kennis/een-hockeytraining-opbouwen).

## Fout 5: bestraffen wat geen overtreding is

"Bolle kant." "Voet." Coaches die vanuit de elftalspelregels denken, corrigeren bij de jongste jeugd regelmatig acties die daar helemaal geen overtreding zijn. Bij O8 is een bal tegen de voet zonder duidelijk voordeel bijvoorbeeld gewoon spelen, en ook het gebruik van de bolle kant wordt daar niet bestraft. Vanaf de junioren zijn dit wel overtredingen, dus ken het leeftijdsvenster waarin je coacht.

Wat het met kinderen doet: verwarring en voorzichtigheid. Een kind dat door de eigen coach wordt teruggefloten voor iets dat gewoon mag, snapt het spel niet meer en durft minder te proberen. En durven proberen is precies waar deze leeftijd om draait: fouten horen erbij en die normaliseer je, in plaats van ze te bestraffen.

Wat je beter doet: lees voor het seizoen de spelregels van jouw leeftijdscategorie, en formuleer aanwijzingen positief als je wel iets wilt corrigeren. De oude coachwijsheid luidt: zeg nooit niet, zeg wat. Vervang "niet zo" door "probeer het zo" en vertel wat je wel wilt zien.

## Fout 6: alleen de sterren complimenteren

Doelpunten vallen op. De speler die er drie maakt, krijgt na afloop vanzelf de schouderklopjes, en zo ontstaat ongemerkt een team met twee klassen: de uitblinkers en de rest. De schade loopt vaak via kleine, onbewuste signalen: zuchten na een misser, sarcasme, vage feedback, of correcties zonder erkenning van de vooruitgang die een kind wel degelijk boekt.

Onthoud dat alle spelers even belangrijk zijn. Complimenteer dus niet alleen of als eerste de opvallende spelers, en prijs inzet los van het resultaat. Merk je dat het afmaken van kansen zelf het probleem is, kijk dan naar [meer goals scoren](/kennis/meer-goals-scoren) en maak er een trainingsthema van in plaats van een verwijt.

Wat je beter doet: geef na elke wedstrijd iedere speler een individueel compliment, technisch of sociaal. "Goed gespeeld allemaal" telt niet; een compliment werkt pas als het specifiek is. Kies daarnaast elke training bewust een speler die extra individuele aandacht krijgt, zodat iedereen aan de beurt komt en niet alleen wie vanzelf opvalt.

## De rode draad: minder zeggen, meer zien

Zes fouten, een gemene deler: de coach die te veel stuurt. Spelplezier staat in het jeugdhockey bovenaan, en dat plezier ontstaat door zelfvertrouwen, uitproberen en fouten durven maken. Een goede jeugdcoach kenmerkt zich dan ook niet door tactisch vernuft, maar door enthousiasme, humor, relativeringsvermogen, flexibiliteit en de bereidheid om te luisteren.

Betekent dit dat je nooit iets mag corrigeren? Natuurlijk wel, maar timing verslaat eerlijkheid. Geef feedback op rustige momenten, zoals een drinkpauze, en nooit terloops terwijl een kind wegloopt. Beperk je tot een punt, open met wat je zag en sluit af met een vraag. Houd er rekening mee dat kinderen van ruwweg zeven tot tien jaar vooral onbewust leren via het spel en nog niet goed op hun eigen handelen kunnen reflecteren, zeker niet als ze moe zijn. Zeg "en" in plaats van "maar" als je een compliment aan een verbeterpunt koppelt. En durf soms bewust te zwijgen: ook dat is coachen.

Wie deze zes valkuilen ontwijkt, houdt spelers over die zelf kijken, kiezen en durven. Precies daar is jeugdhockey voor bedoeld.

## Veelgestelde vragen

### Wat zijn de meest gemaakte fouten van jeugdhockeycoaches?

De klassiekers zijn voorzeggen bij de speler aan de bal, coachen op de uitslag, te veel praten, volwassen hockey kopiëren naar kinderen, acties bestraffen die op die leeftijd geen overtreding zijn en alleen de uitblinkers complimenteren. Ze komen bijna altijd voort uit betrokkenheid, maar ze remmen het leerproces en het plezier. De rode draad in de oplossing: alles zien, zo min mogelijk zeggen en positief formuleren.

### Mag je als coach aanwijzingen roepen tijdens de wedstrijd?

Ja, maar niet naar de speler aan de bal. Een speler die een actie maakt is nauwelijks bereikbaar en raakt onrustig of geïrriteerd van instructies. Coach daarom om de bal heen: spelers zonder bal hebben wel tijd en ruimte om te luisteren. Werk daarnaast met maximaal twee teamthema's per wedstrijd en introduceer nooit iets dat je niet eerst hebt getraind.

### Hoeveel aanwijzingen geef je een jeugdspeler per wedstrijd?

Houd het klein: twee teamthema's voor de hele ploeg en per speler maximaal twee concrete persoonlijke aanwijzingen. Meer informatie kan een kind tijdens een wedstrijd niet verwerken en leidt tot cognitieve overload. Formuleer de aanwijzingen positief (zeg wat je wel wilt zien) en stel na afloop liever open vragen dan dat je oordeelt.

### Hoe belangrijk is winnen bij jeugdhockey?

Bij de jongste jeugd (O7 tot en met O10) worden geen standen bijgehouden, dus coachen op resultaat is daar per definitie misplaatst. Vanaf O11 bestaan wel standen en mag winnen iets betekenen, maar beoordeel een wedstrijd nooit op de einduitslag: een team kan goed spelen en verliezen of matig spelen en winnen. Prijs inzet en uitvoering los van de score, dan blijven het plezier en het leerproces overeind.

### Waarom luisteren kinderen niet tijdens de hockeytraining?

Niet luisteren is meestal geen onwil maar een signaal: de uitleg duurt te lang of de oefening levert te weinig balcontacten op. Begin met een korte instructie in plaats van een lang verhaal, geef een concrete mini-uitdaging, loop de groep in en maak oogcontact in plaats van je stem te verheffen, en spreek kinderen bij naam aan. Een algemene oproep als "jongens, luister even" voelt voor niemand als persoonlijk aangesproken worden.

