---
title: "De strafcorner verdedigen: uitlopen in 3-1 of 2-2"
description: "Een strafcorner verdedig je met vier vaste rollen en één afspraak vooraf: 3-1 of 2-2, hoog of laag. De keeper plus vier uitlopers starten achter de achterlijn, en wie welke taak heeft, is vóór het fluitsignaal duidelijk, niet erna."
category: tactiek
level: beginner
author: "Ties Vermolen"
authorRole: "Tactiekanalist"
authorUrl: https://hockeystanden.nl/auteur/ties-vermolen
publishedAt: 2026-07-02
lastUpdated: 2026-07-02
updatedAt: 2026-07-02T13:05:14.111Z
canonical: https://hockeystanden.nl/kennis/strafcorner-verdedigen
tags: ["tactiek", "strafcorner", "verdedigen"]
---

# De strafcorner verdedigen: uitlopen in 3-1 of 2-2

> Een strafcorner verdedig je met vier vaste rollen en één afspraak vooraf: 3-1 of 2-2, hoog of laag. De keeper plus vier uitlopers starten achter de achterlijn, en wie welke taak heeft, is vóór het fluitsignaal duidelijk, niet erna.

Een strafcorner verdedig je niet met vier man die tegelijk op de bal duiken, maar met vier vaste rollen en één afspraak vooraf: lopen we 3-1 of 2-2, en doen we dat hoog of laag. De keeper en de vier uitlopers starten achter de eigen achterlijn, en vóór het fluitsignaal weet iedereen wat zijn taak is. Een team dat die taakverdeling op orde heeft, haalt de angel uit de meeste corners, nog voordat de keeper een redding hoeft te maken.

## Wat de regels zeggen

Bij een strafcorner mogen maximaal vier veldspelers plus de keeper verdedigen. Zij beginnen achter de eigen achterlijn, meestal in en naast het doel. Alle overige verdedigers staan achter de middenlijn tot de aangever de bal heeft gespeeld. De belangrijkste regel voor het uitlopen: verdedigers mogen pas vertrekken zodra de aangever op de achterlijn de bal speelt. Wie te vroeg de lijn verlaat, wordt bestraft. Wacht dus op de aangeef zelf, niet op het fluitsignaal.

Het helpt om te weten wat er op je afkomt. De aanval kiest uit een handvol varianten: de hoofdcorner (een rechtstreeks schot of een sleeppush vanaf de kop van de cirkel), de push-stop-slag, een breedtebal of kort-en-breed, een tip-in bij de tweede paal of een één-twee. De aangever mag daarbij geen schijnbeweging maken; de verrassing zit in de variant, niet in de aangeef. Er geldt bovendien een hoogteregel: een geslagen eerste schot mag niet hoger zijn dan de plank (46 centimeter), maar een push of sleeppush mag wél hoog. Hoe die varianten er van de andere kant uitzien, lees je in het spiegel-artikel over [de aanvallende strafcorner](/kennis/aanvallende-strafcorner-o12).

## De vier rollen

De kern van goed uitlopen is dat elke verdediger één taak heeft, en alleen die taak. Geef de rollen vaste namen en vaste spelers, dan hoeft niemand tijdens de wedstrijd na te denken over wie wat doet.

### 1. De eerste uitloper

De eerste uitloper sprint bij de aangeef rechtstreeks naar de kop van de cirkel en zet druk op het schot, met de stick laag op de grond. Hij hoeft de bal niet per se te veroveren; zijn taak is de schutter tijd en ruimte afnemen. Wat je ziet als het goed gaat: de schutter haast zich, het schot gaat via de stick van de uitloper de cirkel uit, of de aanval moet uitwijken naar een variant.

### 2. De tweede uitloper

De tweede uitloper loopt tot vlak achter de eerste en kiest daar een kant, afhankelijk van de variant die de aanval speelt. Komt er toch een rechtstreeks schot, dan draait hij om en verwerkt de rebound. Wat je ziet als het goed gaat: de afschuifbal naar links of rechts komt niet aan, en de bal die van de keeper terugkaatst wordt als eerste door een verdediger opgepikt.

### 3. De lijnstopper

De lijnstopper staat vóór de keeper en blijft altijd tussen de palen. Hij loopt recht vooruit en schermt de inlopers af die op een tip-in azen. Wat je ziet als het goed gaat: de aanvaller bij de tweede paal komt niet vrij, en een lage bal richting doellijn stuit op een stick voordat hij de lijn haalt.

### 4. De cirkellaar

De cirkellaar dekt de aangever, ruimt rebounds op en verlaat het doelgebied diagonaal, zodat hij niet in de schotlijn blijft hangen. Wat je ziet als het goed gaat: de één-twee met de aangever loopt dood en losse ballen aan de zijkant van de cirkel zijn steeds voor jouw team.

## 3-1 of 2-2: wanneer kies je wat

| Opstelling | Wat je doet | Sterk tegen | Kwetsbaar voor |
| --- | --- | --- | --- |
| 3-1 | Drie man richting bal en schot, één blijft laag | Het rechtstreekse schot en de sleeppush | De afschuif en varianten in de breedte |
| 2-2 | Twee man hoog, twee man laag | Breedtebal, kort-en-breed en tip-in | Het rechtstreekse schot (bewust: die is voor de keeper) |

Beide opstellingen bestaan in een hoge en een lage variant: hoog betekent dat de uitlopers ver doorzetten richting de bal, laag dat ze compacter voor het doel blijven. Een 2-2 laat het rechtstreekse schot bewust open (dat is de bal van de keeper) en dekt vooral de varianten. Een 3-1 zet maximale druk op het schot, maar is kwetsbaarder voor de afschuif.

De keuze hangt dus af van de tegenstander. Heeft die één sterke slagman of sleper die alles rechtstreeks op doel legt, dan loont een 3-1. Speelt het team de corner liever breed of zoekt het de tip-in bij de tweede paal, dan zit je veiliger in een 2-2. Kijk bij de eerste corners van de wedstrijd wat ze het liefst doen, en pas de afspraak daarop aan. Eén afspraak per corner is genoeg; wie tijdens het uitlopen nog van plan wisselt, verdedigt uiteindelijk niets.

## De keeper als regisseur

De keeper is de enige die de hele cirkel overziet, en dus coacht hij de organisatie. Vóór elke corner checkt hij of alle vier de rollen bezet zijn en of de variant is afgesproken: 3-1 of 2-2, hoog of laag. Bij het rechtstreekse schot staat hij achter de eerste uitloper, die de schotlijn verkleint. Bij varianten houdt hij zijn positie tussen de palen zo lang mogelijk vast: wie te vroeg naar een hoek stapt, geeft de tip-in bij de andere paal cadeau. Hoor je als coach de keeper vóór de corner de rollen benoemen, dan weet je dat de organisatie staat.

## Het cornermasker: dringend advies, geen verplichting

De KNHB geeft een [dringend advies om bij het verdedigen van een strafcorner een cornermasker te dragen](https://www.knhb.nl/nieuws/advies-tot-het-dragen-masker-bij-het-verdedigen-van-een-strafcorner/). Het is geen verplichting, maar de bond raadt het nadrukkelijk aan. Maskers en cornerhandschoenen mogen alleen tijdens de corner in de cirkel gedragen worden; daarna moeten ze weer af. Er bestaan junior-maten, dus ook voor O11- en O12-teams is een set maskers in de teamtas goed te regelen.

Eén misverstand om meteen uit de wereld te helpen: de "ligger", de liggende verdediger naast de keeper, is een zaalhockeyfenomeen. Op het veld loop je staand uit; een ligger hoort niet in de standaard veldorganisatie.

## Zo train je het uitlopen

Corners train je het best in blokken van ongeveer vijftien minuten binnen een gewone training, niet in een aparte cornersessie van een uur. Wissel aanvallende en verdedigende rollen: wie zelf weleens een breedtebal aanneemt, herkent die bal ook als tweede uitloper. En train het uitlopen ook tegen de variant die jullie zelf slaan: die kennen je spelers het best, en die dwingt de verdediging het eerlijkst.

Vanaf O11 en O12 is corner-organisatie een standaard trainingsthema. Begin op die leeftijd met de taakverdeling (wie staat waar, wie loopt wat) voordat je aan schiettechniek of uitloopsnelheid sleutelt; dezelfde volgorde die ook bij [verdedigen met een O11-team](/kennis/verdedigen-met-een-o11-team) werkt. Ook bij O14 blijft eenvoud het devies: liever één opstelling die iedereen kan dromen dan drie varianten die niemand beheerst. En vergeet de andere kant van de bal niet: een team dat corners goed verdedigt én er zelf een paar binnenslaat, pakt de marge waar wedstrijden om draaien. Voor dat tweede deel is [meer goals scoren](/kennis/meer-goals-scoren) het startpunt.

## Zo organiseer je het uitlopen

1. **Spreek de variant af** — Kies vóór de corner 3-1 of 2-2 en hoog of laag, op basis van wat de tegenstander het liefst doet. Eén woord van de keeper of aanvoerder is genoeg.
2. **Verdeel de vier rollen** — Wijs de eerste uitloper, de tweede uitloper, de lijnstopper en de cirkellaar aan. Vaste spelers op vaste rollen voorkomt twijfel op het moment zelf.
3. **Start achter de achterlijn** — De keeper plus vier verdedigers staan achter de eigen achterlijn; alle overige verdedigers staan achter de middenlijn. De keeper checkt of iedereen zijn taak kent.
4. **Loop pas bij de aangeef** — Vertrek op het moment dat de aangever de bal speelt, niet eerder. Te vroeg uitlopen wordt bestraft.
5. **Voer je rol uit en verwerk de rebound** — De eerste uitloper drukt het schot, de tweede kiest een kant, de lijnstopper blijft tussen de palen, de cirkellaar ruimt op. Werk de bal ver de cirkel uit en herstel daarna de organisatie.

## Veelgestelde vragen

### Mag je bij een strafcorner uitlopen voordat de aangever de bal speelt?

Nee. De keeper en de vier verdedigers moeten achter de achterlijn blijven tot de aangever op de achterlijn de bal speelt. Wie te vroeg vertrekt, wordt bestraft. Wacht dus op de aangeef zelf, niet op het fluitsignaal van de scheidsrechter.

### Wat is het verschil tussen uitlopen in 3-1 en in 2-2?

Bij een 3-1 gaan drie verdedigers richting de bal en het schot en blijft er één laag; dat zet maximale druk op het rechtstreekse schot, maar maakt je kwetsbaarder voor de afschuif. Bij een 2-2 lopen twee man hoog en blijven twee man laag: het rechtstreekse schot wordt bewust aan de keeper gelaten en de varianten, zoals de breedtebal en de tip-in, worden gedekt. Kies op basis van wat de tegenstander het liefst doet.

### Is een cornermasker verplicht bij het verdedigen van een strafcorner?

Nee, een cornermasker is niet verplicht. De KNHB geeft wel een dringend advies om er een te dragen bij het verdedigen van een strafcorner. Maskers en cornerhandschoenen mogen alleen tijdens de corner in de cirkel gedragen worden en moeten daarna weer af. Er bestaan junior-maten, dus ook jeugdteams kunnen ermee spelen.

### Vanaf welke leeftijd verdedig je strafcorners met een vaste organisatie?

Vanaf O11 en O12 is corner-organisatie een standaard trainingsthema. Clubs beginnen met de taakverdeling (wie staat waar en wie loopt wat) voordat schiettechniek aan bod komt. Ook bij O14 blijft eenvoud het devies: één opstelling die iedereen kent, werkt beter dan drie varianten die niemand beheerst.

